Soms over diergeneeskunde

Sarne De Vliegher


Van “de dierenarts” naar “het diergeneeskundige team”

Op 15 oktober organiseerde het Waalse dierenartsensyndicaat, UPV, een studievoormiddag over “Les ASV: quel avenir pour la profession vétérinaire? Une journée de réflexion organisée par l’UPV “, een halve dag over de dierenartsassistenten en hun rol in ons beroep. Ik sprak er ook en de essentie van mijn boodschap was eenvoudig: de toekomst ligt niet bij “de dierenarts” alleen maar bij “het diergeneeskundige team” dat bestaat uit dierenartsen, dierverpleegkundigen en diergeneeskundige helpers.

Het feit dat het UPV dit organiseert, geeft aan dat na vele jaren van masseren door Vlaanderen ook aan Waalse zijde de meerwaarde van het inzetten van diergeneeskundige medewerkers en het belang van het creëren van een kader waarin dat kan, beetje bij beetje duidelijk wordt. Goed!

Het programma zag er als volgt uit:

  • 8h30 – 8h40: introduction générale du colloque – Laurence De Meester (UPV)
  • 8h40 – 9h00: Annick Simon (voorzitster van de Waalse Orde) – état des lieux de la législation belge actuelle et position de l’Ordre
  • 9h00 – 9h30: Sarne De Vliegher et Justine Braccio (UGent) – situation en Flandre et présentation des résultats de leur étude
  • 9h30 – 9h50: David Quint (voorzitter van SNVEL) – situation en France, en vidéo + interaction en visio
  • 9h50 – 10h10: Roberto Mossi (voorzitter van GST) – situation en Suisse, en visioconférence
  • 10h10 – 10h40: pause-café
  • 10h40 – 11h10: Anthony Lavore et Laurence De Meester – présentation et analyse des résultats de l’enquête UPV francophone, réalisée dans le prolongement de l’étude de Gand
  • 11h10 – 13h00: débat avec la salle, animé par Anthony et Laurence De Meester

Het werd een interessante bijeenkomst waar open gepraat kon worden en waar verschillende visies en meningen aan bod kwamen.

Ikzelf nodigde mijn masterproefstudente Justine Braccio uit om de eerste resultaten van haar masterproef te delen met de aanwezigen, wat ze met verve deed. Justine vroeg via een online enquête Vlaamse praktijkdierenartsen naar hun visie rond het inzetten van assistenten (inclusief delegatie van diergeneeskundige handelingen) en dat leverde input op van net geen 300 collega’s actief in 84 praktijken, 9 dierenartsencentra en 2 klinieken. Uit de studie blijkt alvast dat deelnemende Vlaamse dierenartsen overwegend positief staan tegenover het inzetten van dierenartsassistenten, mits duidelijke afbakening van hun rol én het behoud van de centrale verantwoordelijkheid van de dierenarts. Hetzelfde blijkt trouwens uit de resultaten van een vergelijkbare enquête die, samen met ons, door UPV werd afgenomen bij de Waalse collega’s. Een grondige verwerking van beide datasets zal een interessant licht werpen op en richting geven aan de toekomstige discussies. Later meer daarover.

In mijn eigen bijdrage kwam ik terug op “the veterinary dream team” waarover ik begin dit jaar al schreef. Ik vat hieronder samen wat mijn boodschap en visie is. Nil novi sub sole maar ik vul aan met nieuwe argumenten op basis van nieuwe input en ik actualiseer op basis van nieuwe realiteiten. Zo probeer ik mee te werken aan een belangrijke stap naar een wereld waarin assistenten de dierenartsen in de praktijk – zowel in de gezelschapsdieren als in de nutsdieren – écht kunnen bijstaan. 

De context waarin praktijkdierenartsen werken, is de voorbije decennia grondig veranderd. Waar er 10 jaar geleden nog sprake was van een groot surplus aan dierenartsen (“de plethora” –  in 2013 brak in nog een lans voor een numerus clausus), worden we vandaag geconfronteerd met (grote) tekorten, een toenemende vraag naar diergeneeskundige zorg én een jonge generatie collega’s die andere verwachtingen heeft ten aanzien van werk en levenskwaliteit. Dat dwingt ons om na te denken over de toekomst van het dierenartsenberoep en te kijken of het integreren van assistenten die ook legaal diergeneeskundig werk mogen doen, daar een rol in kan spelen.

Laat echter één zaak duidelijk zijn: de (eindverantwoordelijkheid voor de) diergeneeskunde blijft het exclusieve domein van de dierenarts. Die overtuiging heb ik altijd verdedigd en zal ik blijven verdedigen. De vraag is echter niet hoe we diergeneeskundige handelingen kunnen loslaten maar hoe we ze binnen de diergeneeskundige sfeer kunnen houden – en zelfs kunnen terugbrengen – in een wereld die steeds sneller verandert. Dat vereist een pragmatische visie.

Vandaag worden verschillende diergeneeskundige handelingen reeds uitgevoerd door niet-dierenartsen. Diereigenaars en veehouders kregen daartoe sinds de publicatie van de wet van 1991 mogelijkheden. Andere activiteiten zoals osteopathie, fysiotherapie zijn recenter maar ze ontwikkelen zich steeds meer en vaak grotendeels buiten het veterinaire kader. Vaccinaties in de nutsdierensector, vaak zelfs tegen bestreden dierziektes, worden steeds vaker uitgevoerd door “derden” die helemaal geen wettelijke basis kennen om dat belangrijke diergeneeskundige werk te doen, laat staan de juiste kwalificaties.

Net daarom geloof ik dat we moeten evolueren van de individuele dierenarts naar het diergeneeskundige team. Dat team kan in de toekomst bestaan uit dierenartsen, dierverpleegkundigen (met een bacheloropleiding) en diergeneeskundige helpers (met een middelbare/avondschool opleiding), elk met een duidelijk omschreven en juridisch afgelijnde rol. Voorwaarde is dat deze medewerkers degelijk zijn opgeleid, zich permanent bijscholen, onder contract werken met een dierenarts, onder diens supervisie functioneren en binnen een wettelijk en deontologisch kader opereren. Zonder diploma, zonder (al dan niet direct) toezicht en zonder eindverantwoordelijkheid van de dierenarts kan er geen sprake zijn van delegatie van diergeneeskundige handelingen.

Een dergelijke evolutie biedt kansen. Ze laat dierenartsen toe zich meer te concentreren op hun kerntaken, versterkt de aantrekkelijkheid van het diergeneeskundige beroep en helpt de dierenartsen om aan alle maatschappelijke verwachtingen te blijven voldoen op het vlak van diergezondheid, dierenwelzijn, volksgezondheid en voedselveiligheid.  Wanneer een dierenarts vandaag een uur besteedt aan administratieve opvolging, staalnames of routinematige verzorging, is dat een uur dat niet besteed kan worden aan chirurgie, advisering, complexe medische besluitvorming of bijscholing … laat staan aan hobby’s, family of me time.

Voor mij gaat deze discussie uiteindelijk niet over het afstaan van taken (dat gebeurde in het verleden al te vaak en zonder input, laat staan visie, van de dierenartsen) maar over het versterken van ons beroep. Beter is het om bepaalde activiteiten te integreren in een goed georganiseerd diergeneeskundig team dan ze geleidelijk en steeds verder te zien verdwijnen naar niet-gereglementeerde sectoren buiten de diergeneeskunde.

Ik besef dat dit nog steeds een oefening in omdenken vraagt. Toch ben ik ervan overtuigd dat de toekomst niet (langer) ligt bij de dierenarts alleen maar bij het diergeneeskundige team, met de dierenarts als kapitein. Zo maken we ons beroep klaar voor de uitdagingen van morgen zonder de essentie ervan te verliezen. Meer nog, we creëren een omgeving waarin jonge collega’s zich beter zullen voelen en we breiden de invloed van de dierenarts terug uit naar omgevingen waar die grotendeels verloren was gegaan.

De keuze waarvoor we staan is volgens mij dan ook eenvoudig. Ofwel kijken we toe hoe steeds meer activiteiten buiten de diergeneeskunde terechtkomen (denk aan de frontale aanval van de landbouworganisaties op 8 december vorig jaar) ofwel bouwen we aan sterke diergeneeskundige teams waarin dierenartsen de verantwoordelijkheid behouden en tegelijk meer impact kunnen hebben dan ooit tevoren. Ik kies voor dat laatste. Zo bouwen we niet aan minder dierenarts maar wel aan méér diergeneeskunde.

(Foto: UPV)

#durfdenken



Geef een reactie

OVER DEZE BLOG

Op deze blog schrijf ik – meestal – over diergeneeskunde. Ik vind het fijn om op deze manier mijn gedachten te ordenen en zaken te analyseren. Ik hoop daarmee de discussies in en over onze beroepsgroep op een onderbouwde en respectvolle manier te voeden zodat we samen kunnen nadenken over de toekomst.

OVER MEZELF

Al 28 jaar werkzaam aan de Faculteit diergeneeskunde van de UGent, eerst als rundveedierenarts, vandaag vooral als onderzoeker (M-teamUGent) en hoogleraar, denk ik luidop mee over de toekomst van de diergeneeskunde in Vlaanderen, België en daarbuiten.

(Foto: Eric Senmartin)

Ik engageer me liever dan (alleen) aan de zijlijn kritiek te leveren. No lead role in a cage for me.

Mijn gezin (getrouwd met een superdierenarts!), de natuur, de politiek (lokaal N-VA voorzitter), het voetbal (RSCA, SK Munkzwalm), klassieke (JS Bach), electronische (JM Jarre, Vangelis) en filmmuziek (H Zimmer, J Newton Howard) naast Dire Straits en Pink Floyd/David Gilmour, rode (Bourgogne) wijnen en dé diergeneeskunde zijn mijn passies. Mijn professionele interesses liggen bij diergeneeskundig ondernemerschap, recht en ethiek, en dierenwelzijn.

Mijn wetenschappelijk onderzoek rond uiergezondheid bij melkkoeien – een andere hobby – bracht me al in veel uithoeken van de wereld. Die ervaringen doen me beseffen dat het hier in Vlaanderen goed toeven is.

LinkedIn Rewind 2024

“LE BEAU EST L’ÉCLAT DU VRAI.” (Hegel).

Nieuwsbrief