Op 8 december 2025 verzamelde diergeneeskundig België in het Federaal Parlement voor een studiedag die al lang niet meer had plaatsgevonden: een volledige dag debatteren over de toekomst van ons beroep. De uitnodiging kwam van Herman Claeys (FOD Volksgezondheid) en klonk veelbelovend: inspirerende presentaties, panelgesprekken en ruimte voor uitwisseling tussen dierenartsen, professionals en beleidsmakers. Het doel? Het gesprek openen over de uitdagingen en noden van de diergeneeskunde, als opstap naar een herziening van de wetgeving.

Het initiatief was zonder meer nuttig. Het zette belangrijke discussies op scherp en zal hopelijk leiden tot nieuwe stappen. Grote dank aan de organisatoren en sprekers. Toch was er ook een erg scherpe hoek. Hieronder een kort relaas én een waarschuwing.
Wat viel op tijdens de studiedag?
- Sympathieke start, maar geen parlementaire betrokkenheid
Minister David Clarinval opende het debat, maar vertrok snel. De afwezige parlementsleden zorgden ervoor dat er vooral voor eigen parochie werd gepreekt. - Sterke getuigenis van een jonge rundveedierenarts die in Luik en Gent studeerde
Gepassioneerd. Een verhaal dat bleef hangen. - Inzicht in de kostenstructuur van een moderne praktijk
Een Vlaamse gezelschapsdierenpraktijk met drie vestigingen, 25 dierenartsen, 18 assistenten en een uitgebreid ondersteunend team: indrukwekkende cijfers. - Europese cijfers van FVE
Belgische dierenartsen werken zelden deeltijds en maken (te) veel uren. - Syndicale tussenkomsten
Te weinig visie en vooral eisen van het Vlaams en (zeer performante) Waals dierenartsensyndicaat (met bevlogen leiders). Sommige verdedigbaar (“minder ballast, meer respect”), andere bedenkelijk (dierenartsen ouder dan 55 geen antibioticumregistratie?). - Veel bruikbare Waalse data via OBSVET (een consortium van de Faculteit in Luik, UPV, de Waalse Orde en het FAVV, gefinancierd door de Waalse ministers bevoegd voor economie, landbouw en dierenwelzijn)
Waardevol, maar niet zomaar vertaalbaar naar Vlaanderen (in Wallonië geen tekort aan dierenartsen gezelschapsdieren als voorbeeld). Waarom werden Vlaamse partners niet van bij het begin structureel betrokken bij dit initiatief (diergeneeskunde is een federale aangelegenheid)? - Pijnlijk gebrek aan Vlaamse cijfers
Nochtans beschikt NGROD al jaren over de IT-infrastructuur om specifieke data te verzamelen. - Heldere, vooral Vlaamse, oproep voor wettelijk kader dierverpleegkundigen
Na 25 (!) jaar palaveren is het hoog tijd. - Tenenkrullende Waalse interventies over deze visie rond assistenten
- Frontale en niets-aan-de-verbeelding-overlatende tussenkomst van Agrofront (Boerenbond, ABS en FWA)
Hier kom ik verder op terug. Te belangrijk om niet uit te diepen. - Nederlandse inzichten
Discussies over tarieven (het Ecorys rapport), mededinging en een nieuwe federatie. - Hoopvolle suggesties van een beslagen directeur-generaal (DG Dier, Plant en Voeding)
Zoals het oprichten van een Hoge Raad voor de Diergeneeskunde (met academici, de Ordes en de syndicaten), een adviesorgaan naar analogie met de artsen. - En ja, ook lekkere koffie en boeiende lunchgesprekken.
Een unieke netwerkdag.
De scherpe hoek: Agrofront en de Waalse reactie
Toen ik het programma zag, was ik vooral benieuwd naar – en eerlijk gezegd wat ongerust over – de sessie om 15u: “Wat verwacht Agrofront van de dierenartsen?” (wanneer krijgen dierenartsen trouwens een forum om hun verwachtingen tegenover veehouders te delen?). Mijn vrees bleek terecht. De spreekster prees eerst de samenwerking tussen boer en dierenarts (90% van de veehouders is tevreden over bedrijfsbegeleiding – niet verrassend als je weet dat dit toegang geeft tot extra geneesmiddelen én handelingen via een simpel documentje …) doch pakte daarna door. Hun verlanglijstje:
- Meer diergeneeskundige handelingen door veehouders (intraveneuze behandelingen, bloedstaalnames).
- Inzet van “assistants de l’État” om bijvoorbeeld dieren te vaccineren – gefinancierd met belastinggeld, buiten de invloedsfeer van dierenartsen.
- Extra subsidies voor vaccins.
De oproep om de administratieve druk voor boer en dierenarts te verlagen klonk wél als muziek in de oren. Maar de rest? Een frontale aanval op de rol van de dierenarts.
Ironisch genoeg hadden de dierenartsen – bij monde van de voorzitter van de NGROD – net daarvoor een goed onderbouwd kader voor dierverpleegkundigen voorgesteld – dé piste om verdere uitholling van ons beroep te voorkomen én heel wat uitdagingen van ons beroep anno 2025 aan te pakken. Ik ben al lang een pleitbezorger van deze aanpak: slimme wetgeving houdt diergeneeskunde binnen onze invloedsfeer. Maar enkele Waalse collega’s riepen – ze hadden niet opgelet tijdens het betoog van Agrofront – halsstarrig én luid “non!”. Door die publieke verdeeldheid – wanneer stoppen we daar een keer mee? – rollen we de rode loper uit voor nog meer diergeneeskunde door échte leken. Overheid en Agrofront wrijven zich in de handen: publieke onenigheid tussen dierenartsen was altijd al de makkelijkste weg om zaken te regelen – zelden in ons belang.
De geschiedenis blijft zich herhalen. Ou pour nos collègues francophones: l’histoire se répète sans cesse. En één ding wordt steeds duidelijker: de (visie op de) diergeneeskunde en de diergeneeskundige wensen van Vlaanderen en Wallonië lopen steeds vaker uiteen.
Mijn conclusie
Het initiatief was waardevol. Als we als beroepsgroep echter niet snel een gezamenlijke visie ontwikkelen over de toekomst van ons beroep, dreigt de essentie van diergeneeskunde verder uitgehold te worden.
Hoe zorgen we ervoor dat dat stopt?
>>>
Aanvulling van 08-01-2026: de FOD Volksgezondheid stelde alle presentaties ter beschikking via https://www.health.belgium.be/nl/agenda/rondetafel-diergeneeskunde-2025




Geef een reactie op Wandelend een nieuw diergeneeskundig jaar tegemoet – Soms over diergeneeskunde Reactie annuleren