Soms over diergeneeskunde

Sarne De Vliegher


Een actueel bericht uit de oude doos

Meer dan 10 jaar geleden trok de Hoge Raad van de Orde der Dierenartsen naar de Raad van State omdat de toenmalig bevoegde minister vergat om de Orde om advies te vragen bij aanpassing van de wetgeving rond de bestrijding van Infectieuze Boviene Rhinotracheïtis (IBR) bij rundvee. Die runderziekte is ondertussen actueler dan ooit en wel omdat de bestrijding ervan in de laatste lijn stokt.

In een bericht van juli 2014 van de Nederlandstalige Gewestelijke Raad van de Orde (NGROD; na inloggen te vinden op www.ordederdierenartsen.be/nieuwsbrieven) aan de leden werd het arrest van de Raad van State als volgt samengevat:

“Recentelijk werd, na een procedure ingeleid door de Hoge Raad van de Orde bij de Raad van State, het KB van 16-09-2013 tot wijziging van het KB van 22-112006 betreffende de bestrijding van Infectieuze Boviene Rhinotracheïtis vernietigd. Het arrest van de Raad van State stelt dat de Overheid een vormfout beging bij de wetswijziging door het advies van de Hoge Raad van de Orde en van de Nationale Landbouwraad niet te vragen en stelt dat het originele KB van 2006 behept is met dezelfde onwettigheid. Aanvullend ging de auditeur van de Raad van State in op de inhoud van de wetswijziging die rundveehouders toeliet om zonder toezicht van de bedrijfsdierenarts vaccinatieregisters over te maken aan DGZ of ARSIA.  Hieruit concludeerde de auditeur dat de rol van de dierenarts gereduceerd wordt tot die van “leverancier van vaccins”, wat leidt tot een zogenaamd moeilijk te herstellen nadeel én imagoschade voor alle bedrijfsbegeleidende dierenartsen die de IBR-vaccinaties delegeren aan hun klanten. Met deze argumenten kunnen de syndicaten in overleg gaan met de Overheid en de landbouworganisaties om de centrale rol van de dierenarts in de epidemiologische bewaking te herwaarderen.”

Dit bericht uit de oude doos is om drie redenen belangrijk:

  1. Assertief zijn werkt. De Hoge Raad van onze Orde trok de stoute schoenen aan, trok naar de Raad van State en kreeg gelijk.
  2. De minister moet advies vragen aan de Orde als wetgeving gepubliceerd of gewijzigd wordt die raakt aan de diergeneeskunde. Dat is een vaststaand feit als dat ook expliciet in de Wet op de Uitoefening wordt vermeld[1], zoals bevestigd in het hierboven vermelde arrest van de Raad Van State. Hoever die verplichting om advies te vragen reikt, is echter niet helemaal duidelijk. De algemene bepaling in artikel 11 van de Wet op de instelling van de Orde[2] suggereert dat er steeds advies uitgebracht moet worden “nopens alle kwesties betreffende de uitoefening van de diergeneeskunde”. Het blijft wachten op een gelegenheid die de Orde kan aangrijpen om de Raad van State daarover een uitspraak te laten doen. Blijkt deze algemene bepaling van toepassing, dan krijgt het dierenartsenberoep via de Hoge Raad mogelijks wat impact op de regelgeving die de diergeneeskunde raakt. Euforisch moeten we daar echter niet over worden, want iedereen weet dat adviezen van de Hoge Raad vandaag zelden door de minister gevolgd worden.
  3. De auditeur van de Raad van State zag dat de rol van dierenartsen gereduceerd werd tot die van leverancier van vaccins. Dat is zonder meer een belangrijke conclusie van een buitenstaander die met juridische blik keek naar de organisatie van de dierziektebestrijding in ons land. Dierenartsen worden eerder gezien als noodzakelijk kwaad, veeleer dan als partner én onafhankelijke derde die een centrale rol kan spelen en garanties kan bieden. Dat die conclusie toen niet als een hefboom werd aangegrepen om verandering in te zetten is betreurenswaardig. Ook vandaag zijn dierenartsen nog teveel vaccinleveranciers (én goedkope boekhouders). l’Histoire se répète.

Dat de vertegenwoordigers van de dierenartsen zich heel recent terugtrokken uit het overleg rond de oplossingen voor de IBR-malaise omdat er naar hen niet geluisterd wordt, toont echter aan dat verandering mogelijk is. Het besef dat assertiviteit kan én mag, groeit. Dat bleek zeker en vast ook tijdens de onderhandelingen over de toekomstige rol van de dierenartsen belast met opdracht (werkzaam voor het FAVV), uitmondend in een pax veterinaria. Het NO WE CAN’T initiatief van UPV en VeDa is in die zin een applaus waard. Dat ook VeDa recent reageerde op de post over mijn identiteitscrisis en beloofde assertiever de rol van de dierenartsen te verdedigen in vergelijkbare dossiers ook.

Lang leve de lente. We leven op hoop!

#durfdenken


[1] Artikelen 3, 5, 6, 7en 9 van https://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1991/08/28/1991016144/justel

[2] Art. 11 van  https://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1950/12/19/1950121902/justel

De hoge raad heeft tot taak :

2° Advies uit te brengen nopens alle kwesties betreffende de uitoefening van de diergeneeskunde en alle wetgevende en administratieve maatregelen voor te stellen die daarop betrekking hebben;



Eén reactie op “Een actueel bericht uit de oude doos”

  1. […] de maatschappij voor de vele taken die dierenartsen dag en nacht uitvoeren. Dat vereist daarnaast voldoende expertise, kennis en assertiviteit maar ook: syndicaten die voldoende slagkracht hebben en dus voldoende (en dus zoveel mogelijk) […]

Geef een reactie op Wandelend een nieuw diergeneeskundig jaar tegemoet – Soms over diergeneeskunde Reactie annuleren

OVER DEZE BLOG

Op deze blog schrijf ik – meestal – over diergeneeskunde. Ik vind het fijn om op deze manier mijn gedachten te ordenen en zaken te analyseren. Ik hoop daarmee de discussies in en over onze beroepsgroep op een onderbouwde en respectvolle manier te voeden zodat we samen kunnen nadenken over de toekomst.

OVER MEZELF

Al 28 jaar werkzaam aan de Faculteit diergeneeskunde van de UGent, eerst als rundveedierenarts, vandaag vooral als onderzoeker (M-teamUGent) en hoogleraar, denk ik luidop mee over de toekomst van de diergeneeskunde in Vlaanderen, België en daarbuiten.

(Foto: Eric Senmartin)

Ik engageer me liever dan (alleen) aan de zijlijn kritiek te leveren. No lead role in a cage for me.

Mijn gezin (getrouwd met een superdierenarts!), de natuur, de politiek (lokaal N-VA voorzitter), het voetbal (RSCA, SK Munkzwalm), klassieke (JS Bach), electronische (JM Jarre, Vangelis) en filmmuziek (H Zimmer, J Newton Howard) naast Dire Straits en Pink Floyd/David Gilmour, rode (Bourgogne) wijnen en dé diergeneeskunde zijn mijn passies. Mijn professionele interesses liggen bij diergeneeskundig ondernemerschap, recht en ethiek, en dierenwelzijn.

Mijn wetenschappelijk onderzoek rond uiergezondheid bij melkkoeien – een andere hobby – bracht me al in veel uithoeken van de wereld. Die ervaringen doen me beseffen dat het hier in Vlaanderen goed toeven is.

LinkedIn Rewind 2024

“LE BEAU EST L’ÉCLAT DU VRAI.” (Hegel).

Nieuwsbrief