Soms over diergeneeskunde

Sarne De Vliegher


Ook 2025 is een verkiezingsjaar (2)

Inleiding

Zoals ik een tijd geleden schreef: ook 2025 is voor de dierenartsen een verkiezingsjaar. We kiezen samen de raadsleden voor de Nederlandstalige Gewestelijke Raad (5 collega’s voor 6 jaar) en de Nederlandstalige Gemengde Raad van Beroep (3 collega’s voor 3 jaar). Vanuit de Gewestelijke Raad worden via een interne verkiezing de 5 raadsleden van de Nederlandstalige afdeling van de Hoge Raad verkozen, 1 per provincie (voor 3 jaar). Aan Franstalige zijde gebeurt hetzelfde.

Ik schreef ook – niet voor de eerste keer – dat ik fan ben blijf van de Orde als instituut. Ze (sommigen zeggen “hij”) kreeg bij Wet de gedelegeerde overheidstaak om te waken over de kwaliteit van de diergeneeskunde. Via haar tuchtbevoegdheid werkt ze aan het positieve imago van alle praktiserende dierenartsen. De Orde is en blijft een belangrijke hefboom voor de dierenartsen. Of die hefboom voldoende (correct) wordt ingezet, is een retorische vraag.

Alleszins moet de Orde uitblinken in het uitvoeren van haar wettelijk vastgelegde taken (cf. infra). Daarnaast staat ze in contact met de leden, hun vertegenwoordigers, de stakeholders van de dierenartsen én de Overheden.

Ik doe  – opnieuw – enkele suggesties, zowel wat de werking van de Orde zelf betreft als wat ze (nog meer) kan doen voor het beroep (de hefboom), waarover we liefst allemaal samen na kunnen denken. Ik focus daarbij in eerste instantie op de Nederlandstalige Gewestelijke Raad (NGROD) doch ook voor de Hoge Raad waar Vlamingen en Walen samen zetelen, heb ik enkele suggesties (en dan vermeld ik dat specifiek).

Ik vermeld nog dat:

  • de Hoge Raad in de eerste plaats instaat voor het aanpassen van de Code der Plichtenleer en het adviseren van onze voogdijminister als die werk maakt van nieuwe of aanpassingen aan wetgeving die de diergeneeskunde raakt[1];
  • de Gewestelijke Raden (respectievelijk de NGROD en CRFOMV) de lijsten van de leden bijhouden en zorgen voor de naleving, via hun tuchtbevoegdheid, van de deontologische regels[2];
  • de Gemengde Raden van Beroep de beroepsprocedure voeren als dierenartsen die in eerste aanleg (bij een Gewestelijke Raad) veroordeeld werden tot een tuchtstraf, daarvoor kiezen[3].

Enkele suggesties

  • Aanwerven jurist. Er komt steeds meer, vooral Europese maar ook Belgische en Vlaamse, regelgeving af op het dierenartsenberoep én op de Orde (denk aan de plicht om aanpassingen van de Code te onderbouwen via een proportionaliteittoets). Dat is niet langer door de Orde behapbaar zonder de fulltime ondersteuning van een jurist(e) die zich inwerkt in de vigerende en toekomstige regelgeving, dossiers voorbereidt en vertaalt naar de raadleden-dierenartsen (die doorgaans geen enkele juridische achtergrond hebben). Dat moet er voor zorgen dat de steeds complexere dossiers zo correct mogelijk opgevolgd worden, dat er efficiënt vergaderd kan worden en dat minder onzorgvuldigheden voorkomen of erger worden gemaakt. Enkele voorbeelden die aangeven dat het beter moet:
    • Dat het dossier van de dierverpleegkundigen en dierverzorgers bij de huidige raden opnieuw op tafel ligt, is erg lovenswaardig, de manier waarop men het heeft aangepakt veel minder; ook vandaag nog bestaat heel veel verwarring. Er moeten nu stappen gezet worden om die verwarring weg te werken én oplossingen te zoeken voor de uitdagingen van de dierenartsen. Dat de NGROD meewerkte aan het Beroepskwalificatiedossier van de dierverpleegkundigen is nobel, maar dat ze niet door had dat het dossier belangrijke conflicten met de wetgeving bevat, is niet verschoonbaar. Dat ze nalaat correcties te laten uitvoeren, ook niet.
    • Dat de raadsleden van de NGROD niet beseffen dat “de officiële dierenarts” een specifieke rol in onze regelgeving speelt[4] en dat dus de wachtdiensten via www.officieledierenartsvanwacht.be kenbaar gemaakt worden aan het brede publiek, is onzorgvuldig, des te meer omdat de NGROD eigenaar is van www.dierenarts.be en dus de communicatie via die url had kunnen laten verlopen. De verwarring heeft mogelijks te maken met het gebruik van de term “officiële (regionale) wachtdienst”, zijnde de wachtdiensten die vanouds aan het publiek kenbaar konden (en nog steeds) worden gemaakt in de lokale krant (daterend uit een tijd dat sociale media en websites niet bestonden) maar dat is geen verschoning.
    • Dat de NGROD in een recente nieuwsbrief communiceert dat dierenartsen erkend moeten zijn om een diergeneesmiddelendepot te melden aan het FAGG, is onjuist.  
    • De Hoge Raad gaf op vraag van de bevoegde Minister twee totaal tegenstrijdige adviezen bij de opmaak van het KB rond de verdoofde castratie van biggen. Gekker moet het niet worden.

Muggenziften? Ik denk het niet. Een orgaan dat haar leden tuchtrechtelijk kan straffen als ze de wet of de Code overtreden, moet – evident – het goede voorbeeld geven. Een (op termijn) beslagen jurist moet de raadsleden daarom in de toekomst veel beter adviseren. Vanuit de NGROD werkt deze jurist samen met de Hoge Raad, de Franstalige Gewestelijke Raad en de andere Ordes.

  • Grondige bijscholing van de raadsleden bij de start van het mandaat. Dierenartsen die als raadslid zeten in de NGROD fungeren als tuchtrechters. Raadsleden die in de Hoge Raad zetelen passen de Code der Plichtenleer aan die na goedkeuring door de raad Wet wordt én geven de bevoegde minister advies als wetgeving wordt voorbereid of aangepast die de uitoefening van de diergeneeskunde raakt. Het is evident dat een raadslid dat enkel goed kan doen als hij/zij de Code der Plichtenleer goed heeft bestudeerd én de belangrijkste regelgeving die ons beroep bepaalt, goed kan situeren. Een grondige kennis van de Wet tot instelling van de Orde is de evidentie zelve. Inzicht in de basisprincipes van het Belgische recht (rol van de staande en zetelende rechters, beroepsprocedures, het belang van termijnen, functies van het Hof van Cassatie en de Raad van State, deugdelijk bestuur, behoorlijke procesvoering, proportionaliteit …) lijkt ook evident. Uiteraard wordt ervaring opgebouwd eens men raadslid is, maar een kickstart is nuttig én noodzakelijk.
  • Installeren van een vertrouwenspersoon. Het installeren van een vertrouwenspersoon (een ervaren dierenarts die geen band heeft met de NGROD) waar diereigenaren met vragen over het handelen van hun dierenarts terecht kunnen, kan een grote rol spelen om het effectief aantal neergelegde klachten bij de NGROD tegen dierenartsen, voornamelijk actief in de gezelschapsdieren, te verminderen. De NGROD gaat op zoek naar de geschikte persoon, en faciliteert diens werking.
  • Correct invullen van de rollen. Dat de Orde zich niet mag inmengen met syndicale aangelegenheden ligt wettelijk vast[5]. Dat veel dossiers een ordinale en een syndicale kant hebben is uiteraard juist en samenwerken, zoals de huidige NGROD voorzitter recent aanhaalde tijdens een korte voordracht op de nieuwjaarsreceptie van VeDa, is de enige manier om stappen te zetten voor het beroep (de hefboom!). Vandaag is dat na moeilijke jaren opnieuw mogelijk geworden. Toch moet er gewaakt worden over de rollen die raadsleden spelen tijdens overleg met de Overheden. Dat leden van de Hoge Raad – in principe enkel na het verkrijgen van mandaat van die Hoge Raad – aanwezig zijn op overleg over op komst zijnde wetgeving van belang voor de dierenartsen is belangrijk. Zo kan het advies dat in een latere fase aan de Hoge Raad gevraagd zal worden door de Minister over die wetgeving, goed onderbouwd worden. Inmenging in de debatten moet echter net omwille van die adviserende functie vermeden worden. Leden van de Gewestelijke Raden die op dergelijk overleg aanwezig zijn (die kunnen trouwens tegelijkertijd ook raadslid van de Hoge Raad zijn – het is belangrijk op het overleg te vermelden in welke hoedanigheid men deelneemt), houden zich beter op de vlakte en zijn aanwezig als waarnemers. Reden daarvoor is dat de wetgeving die besproken wordt enkele maanden of jaren later (het mandaat van een raadslid van een Gewestelijke Raad duurt 6 jaar) aanleiding kan geven tot een tuchtdossier tegen een practicus. Men kan niet én wetgever én rechter zijn (de scheiding der machten moet ook binnen de Orde gerespecteerd worden). Als men daarop doordenkt, dan lijkt het zelfs evident dat op termijn mandaten in de Hoge Raad (men is wetgever want men schrijft mee aan de Code) en een Gewestelijke Raad (men oordeelt als tuchtrechter op basis van de regels in de Code) niet langer gecombineerd kunnen worden. Een aanpassing van de wetgeving in die zin dringt zich op. Een aanvullend én belangrijk argument om in die richting te evolueren wordt gegeven door het feit dat de Hoge Raad ook toezicht dient te houden op de Gewestelijke Raden[6] en dat gaat moeilijk(er) als Raadsleden zowel in de Hoge Raad als in een Gewestelijke Raad zetelen. Deze constructiefout moet op termijn verdwijnen.
  • Meer aandacht voor dierenwelzijn en de belangrijke rol van de dierenartsen daarin. Dierenwelzijn wordt maatschappelijk steeds belangrijker. Dierenartsen spelen in het bewaken ervan een centrale rol doch moeten die opdracht geloofwaardiger (kunnen) invullen. De Orde kan daarin een coachende en regulerende rol spelen. De Code moet daarom verder gaan dan hetgeen vandaag is opgenomen[7]. Het conflict tussen de meldingsplicht bij het vaststellen van welzijnsproblemen en de zwijgplicht die rust op dierenartsen, moet worden uitgeklaard.
  • Meningen op scherp stellen en ze vertolken: De Orde (dat denkproces verloopt best zowel in de Hoge Raad en in de Gewestelijke Raden) moet (durven) nadenken over de toekomst van de diergeneeskunde, daarrond een visie ontwikkelen en die vertolken én verdedigen. De wereld staat niet stil, en zonder visie kan geen deontologische kader gecreëerd worden, nochtans broodnodig om handvaten te geven aan de praktijkdierenartsen. De leden mogen Raadsleden verwachten met visie(s) die na uitkristalliseren, gecommuniceerd worden op verschillende, ook publieke, fora.
  • Aanwezigheid op sociale media uitbouwen. De Orde communiceert vandaag via digitale nieuwsbrieven en de websites van de Gewestelijke Raden. Het lijkt evident om (opnieuw) ook op de sociale media actief te worden (minstens LinkedIn). De CRFOMV beschikt reeds over een Facebookpagina trouwens. Via deze kanalen kunnen zowel de dierenartsen bereikt worden als de stakeholders en het brede publiek. Dierenartsen moeten meer van zich laten horen, en daarin moet de Orde een belangrijke rol spelen.  
  • Communicatiecampagne uitdenken en lanceren. Aansluitend bij bovenstaande punten, lijkt een brede communicatiecampagne waarin de Orde uitlegt wat dierenartsen allemaal doen, nuttig én belangrijk. De rollen binnen diergezondheid, volksgezondheid, voedselveiligheid, dierenwelzijn en voedselzekerheid lijken onvoldoende gekend bij het brede publiek én politici doch vormen een basis voor begrip voor de moeilijke situaties waarin dierenartsen vaak hun taken uitvoeren. Onbekend is onbemind. Het secretariaat versterken met een (deeltijdse) communicatiespecialist, lijkt perfect verdedigbaar.
  • Evalueren van de nieuwe wachtendienstregeling. Omdat wachten op Godot geen optie was, werkte de Orde de laatste jaren aan een wachtdienstregeling die in 2024 geïmplementeerd werd. Het is evident dat de nieuw-samengestelde Raden de regeling evalueren en bijsturen waar nodig.
  • Publiceren van de tuchtuitspraken. In navolging van het Nederlandse Tuchtcollege, zou het goed zijn de uitspraken in eerste aanleg en in beroep samen te vatten zodat het publiek én de dierenartsen inzage krijgen. Het sensibiliserend en sturend effect daarvan kan niet onderschat worden en het geeft aan hoe de Orde doorheen de jaren kijkt naar de uitoefening van het beroep van de dierenartsen. Een communicatiemedewerker moet herin een rol spelen.

Wordt vervolgd.

(lees verder https://sarnedevliegher.com/2025/05/15/ook-2025-is-een-verkiezingsjaar-3/)


[1] Art. 11 van https://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1950/12/19/1950121902/justel

De hoge raad heeft tot taak :

1° De regels van de diergeneeskundige plichtenleer vast te stellen, overeenkomstig de in artikel 5 van deze wet vermelde doeleinden;

2° Advies uit te brengen nopens alle kwesties betreffende de uitoefening van de [3 diergeneeskunde]3 en alle wetgevende en administratieve maatregelen voor te stellen die daarop betrekking hebben;

3° De bevoegdheden van de voorzitters en secretarissen gewestelijke raden te bepalen;

4° De algemene voorwaarden van werking en bestuur Orde vast te stellen;

5° De algemene bedrijvigheid van de gewestelijke raden te controleren en hun uitspraken samen te ordenen. Hij kan de gewestelijke raden gelasten een onderzoek in te stellen nopens alle zaken die tot hun bevoegdheid behoren;

6° De door de gemengde raden van beroep gewezen uitspraken voor het Hof van Cassatie brengen.

[2] Art.  5 van https://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1950/12/19/1950121902/justel

§ 2. De gewestelijke raden van de Orde stellen hun lijsten op en actualiseren een lijst van de dierenartsen, een lijst van de diergeneeskundige rechtspersonen en het speciaal register.


De gewestelijke raden zorgen voor de naleving van de diergeneeskundige plichtenleer, de eer, de eerlijkheid en de waardigheid van en de geheimhouding door de leden van de Orde in de uitoefening of naar aanleiding van de uitoefening van het beroep, en zelfs buiten hun beroepsbedrijvigheid in geval van zware fouten, die een weerslag zouden hebben op de eer van het beroep.

Zij wijzen de bevoegde overheden op de inbreuken op de wetten en reglementen in zake uitoefening van de diergeneeskunde.

[3]  Art.12 van https://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1950/12/19/1950121902/justel

De gemengde raad van beroep is gelast met het geheel van de zaak. De gemengde raad van beroep kan de sanctie verzwaren zelfs als alleen de betrokken dierenarts beroep heeft ingesteld.

[4] Dierziektebestrijding zoals bv. vermeld in https://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1987/03/24/1987016057/justel  (zie artikel 1, 7°) en voedselveiligheid: BMO zoals bv. vermeld in http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article.pl?language=nl&sum_date=2025-01-24&lg_txt=N&numac_search=2024011437

[5]  Art. 6. van https://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1950/12/19/1950121902/justel

Onverminderd de wetgeving antidiscriminatie, is elke inmenging door de Orde op het gebied van de beroepsorganisatie verboden

[6]  Art. 11 van https://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1950/12/19/1950121902/justel

De hoge raad heeft tot taak:

5° De algemene bedrijvigheid van de gewestelijke raden te controleren en hun uitspraken samen te ordenen. Hij kan de gewestelijke raden gelasten een onderzoek in te stellen nopens alle zaken die tot hun bevoegdheid behoren;

[7] Art. 15. De dierenarts moet:

1. waken over de bescherming en het welzijn van de dieren;



2 reacties op “Ook 2025 is een verkiezingsjaar (2)”

  1. […] Ook 2025 is een verkiezingsjaar (2) Ook 2025 is een verkiezingsjaar (3) […]

Geef een reactie op Ordeverkiezingen 2025: mijn programmapunten – Soms over diergeneeskunde Reactie annuleren

OVER DEZE BLOG

Op deze blog schrijf ik – meestal – over diergeneeskunde. Ik vind het fijn om op deze manier mijn gedachten te ordenen en zaken te analyseren. Ik hoop daarmee de discussies in en over onze beroepsgroep op een onderbouwde en respectvolle manier te voeden zodat we samen kunnen nadenken over de toekomst.

OVER MEZELF

Al 28 jaar werkzaam aan de Faculteit diergeneeskunde van de UGent, eerst als rundveedierenarts, vandaag vooral als onderzoeker (M-teamUGent) en hoogleraar, denk ik luidop mee over de toekomst van de diergeneeskunde in Vlaanderen, België en daarbuiten.

(Foto: Eric Senmartin)

Ik engageer me liever dan (alleen) aan de zijlijn kritiek te leveren. No lead role in a cage for me.

Mijn gezin (getrouwd met een superdierenarts!), de natuur, de politiek (lokaal N-VA voorzitter), het voetbal (RSCA, SK Munkzwalm), klassieke (JS Bach), electronische (JM Jarre, Vangelis) en filmmuziek (H Zimmer, J Newton Howard) naast Dire Straits en Pink Floyd/David Gilmour, rode (Bourgogne) wijnen en dé diergeneeskunde zijn mijn passies. Mijn professionele interesses liggen bij diergeneeskundig ondernemerschap, recht en ethiek, en dierenwelzijn.

Mijn wetenschappelijk onderzoek rond uiergezondheid bij melkkoeien – een andere hobby – bracht me al in veel uithoeken van de wereld. Die ervaringen doen me beseffen dat het hier in Vlaanderen goed toeven is.

LinkedIn Rewind 2024

“LE BEAU EST L’ÉCLAT DU VRAI.” (Hegel).

Nieuwsbrief