Nieuwsbrief
Gisteren ontving ik een nieuwsbrief van VeDa – de Verenigde Dierenartsen – met een update voor de collega’s over “BT-epidemie en vaccinatie”. Ik apprecieer iedere collega die zich binnen VeDa inzet voor de dierenartsen in vaak moeilijke omstandigheden, ben al enkele jaren lid, en geef advies en zet mijn schouders onder dossiers als me dat gevraagd wordt (en doe dat graag). Toch viel ik van mijn denkbeeldige stoel toen ik de nieuwsbrief doornam en kon ik niets anders dan in mijn pen kruipen.
Spoiler: vooral deze passage (“Dankwoord”) deed mijn bloeddruk flink stijgen: “VeDa dankt de minister en zijn kabinet voor hun inspanningen om deze maatregelen mogelijk te maken. Ook willen we alle betrokkenen, in het bijzonder onze collega’s van UPV, bedanken voor hun constructieve bijdrage tijdens het overleg.”
Vaccinatie
Waarover gaat het? Ik schreef er al over maar kort samengevat: in 2025 wordt de vaccinatie tegen Blauwtong (BT) en Epizootic Hemorrhagic Disease (EHD) – beide gereglementeerde, aangifteplichtige dierziektes – verplicht en dat is goed nieuws. Dierenartsen kunnen de vaccinatie via het bedrijfsbegeleidingscontract delegeren aan de rundvee- en schapenhouders. De vaccinatie wordt met belastinggeld (!) gefinancierd en voor de administratie krijgen de dierenartsen 50€ of 75€ per respectievelijk schapen- of runderbeslag. De dierenartsen ontvangen de subsidies van hun klanten en storten die na afhouden van de kosten aan hen door. Let wel: van de vier beschikbare vaccins worden er drie met een spoedprocedure naar de Belgische markt gebracht met een tijdelijke vergunning. Farmacovigilantie[1], een essentiële component van de kwaliteitsbewaking van (dier)geneesmiddelen, en in deze dus van vaccins die niet via de uitgebreide procedure een vergunning kregen voor het in de handel brengen, wordt overgelaten aan ongeschoolde veehouders, zonder bijscholingsverplichting, zonder lidmaatschap bij een Orde of zonder erkenning door de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid. Aan deze voorwaarden moeten dierenartsen wél voldoen om deze vaccins, ondanks hun universitaire diploma, te mogen toedienen. Dat het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten ondertussen e-learnings organiseert rond (dier)geneesmiddelenbewaking waarmee apothekers en dierenartsen bijscholingspunten kunnen verdienen in het kader van hun deontologische bijscholingsverplichting, bewijst dat we nog steeds in het land van Magritte leven.
De dierenartsen worden met andere woorden – ik val in herhaling – niet alleen ingezet als efficiënte diergeneesmiddelenkoeriers maar ook als spotgoedkope boekhouders met heel wat verplichtingen. En, VeDa, de vakbond van de Vlaamse dierenartsen, bedankt voor die constructie Minister Clarinval uitdrukkelijk.
“Ja maar, we moeten pragmatisch zijn. Dit betreft een grote gezondheidscrisis en dus moeten we vooruit. En nee, de dierenartsen zijn niet in staat twee miljoen dieren in enkele maanden te vaccineren” zal een evident antwoord zijn dat velen me zullen toegooien als ik er – nog maar eens – ergens over begin.
Ondertussen ontvingen de erkende dierenartsen recent een dwingende mail van het Voedselagentschap met daarin de boodschap dat ze de BT-vaccinaties die ze in 2024 zelf uitvoerden of die werden uitgevoerd door hun klanten, moeten registreren voor het einde van het jaar en dat er vanaf 2025 gecontroleerd zal worden. Niemand anders dan de dierenartsen – overgekwalificeerde secretaressen – moet blijkbaar worden gecontroleerd. Of de vaccins wel of niet (correct) werden toegediend, laat blijkbaar iedereen koud, terwijl dat de essentie was van de vrijwillige campagne. Of niet?
Pour la petite histoire
Laat ons even hernemen hoe stap per stap de centrale rol van de dierenarts in de diergezondheidsbewaking werd en wordt uitgehold (tot er straks niks meer overblijft – vandaar mijn identiteitscrisis, zie verder…).
Het begon in 1999 met de ziekte van Aujeszky, een gereglementeerde varkensziekte, waarvoor – onder gejuich van de varkensdierenartsen, stel je voor – de verplichte vaccinatie in het kader van de bestrijding via een contract gedelegeerd kon worden aan de varkenshouders, nog voor het bestaan van het generieke wettelijke kader van de bedrijfsbegeleiding dat pas in 2000 vorm kreeg. Dat de Aujeszky-bestrijding gebaseerd op vaccinatie nogal lang duurde, geef ik in de rand even mee. Delegaties van vaccinatie tegen andere gereglementeerde dierziektes werden toegevoegd aan het lijstje (Infectieuze Boviene Rhinotracheïtis, BT, Boviene Virale Diarree en EHD bij runderen, Salmonellose bij pluimvee) en worden de facto aangevuld met de vaccinaties die zonder wettelijke delegatie zelfs niet door de pluimveehouder maar door zogenaamde entploegen worden uitgevoerd (en – zo lijkt het – worden gedoogd).
Dat vandaag een nieuwe en belangrijke stap wordt gezet – reden waarom ik er de aandacht op trek – heeft alles te maken met het feit dat drie van de vier vaccins niet in de handel zijn via de normale, uitgebreide procedure doch dat dat blijkbaar geen enkele bezwaar vormt, ook niet voor VeDa, om ze alsnog door veehouders te laten toedienen.
Niet onbelangrijk: dat laatste gaat in tegen het sneladvies[2] dat het wetenschappelijk adviescomité van het FAVV – waarvoor Minister Clarinval bevoegd is – afleverde en stelde:
“de vaccinatie tegen een aangifteplichtige ziekte bij voorkeur toe te vertrouwen aan dierenartsen die bovendien opgeleid zijn om de nodige geneesmiddelenbewaking te verzekeren;
de nodige bioveiligheidsmaatregelen die tijdens de toediening van een vaccin essentieel zijn te benadrukken, in het bijzonder het verwisselen van naalden tussen toedieningen om iatrogene overdracht van infecties te voorkomen;
de uitvoering van de vaccinatie in real-time te registreren, rekening houdend met het aantal gevaccineerde dieren, van hun lokalisatie en van het moment van hun vaccinatie.”
en
“Het Wetenschappelijk Comité beveelt aan om de vaccinatie tegen een aangifteplichtige ziekte bij voorkeur aan dierenartsen toe te vertrouwen. Dit kan worden gerechtvaardigd door de volgende factoren:
- verbeterde geneesmiddelenbewaking, in het bijzonder bij diersoorten waar het vaccin nog niet getest is;
- (bio)veiligheid van toediening.
Niemand lijkt zich om dat belangrijke advies, opgesteld door eminente wetenschappers, te bekommeren en in de parlementaire debatten heb ik het niet horen vermelden (of ik heb het gemist). Impact heeft het alleszins niet gehad want het wetsvoorstel dat een en ander regelt werd gestemd. Het FAVV advies ondergaat het zelfde lot als zowat alle adviezen van de Hoge Raad van de Orde der Dierenartsen: verticale klassering.
Vakbond
VeDa lijkt, samen met UPV (de Waalse zus of broer), te hebben gekozen voor de route van de minste weerstand zonder de moed op te brengen om de voet te zetten en iedereen rond te tafel te roepen om werk te maken van een “assistentenkader” waarmee die dierenartsen taken zoals deze massavaccinaties nu eens eindelijk bij zich kunnen houden. De hoogdringendheid van een potentiële epidemie kon gebruikt worden om de forcing te voeren. Dat gebeurde niet. Meegaan in een aanpak die de toekomstige dierenartsen actief in de landbouwhuisdierensector steeds irrelevanter maakt, kan ik moeilijk geslaagd syndicaal werk noemen, zeker omdat VeDa zelf, ook al samen met UPV, toen de castratiediscussie woedde, al het voorstel deed om – eindelijk – werk van te maken van een kader voor dierverpleegkundigen en helpers, in dienst van de dierenartsen en actief onder hun verantwoordelijkheid. Bij gebrek aan langetermijnvisie en door geheugenverlies – zie hieronder – liet men de kans passeren.
Het castratiedossier vermelden is trouwens erg relevant. Niet alleen omdat het een ander recent voorbeeld is van de uitholling van de diergeneeskunde maar ook omdat VeDa tegen het KB dat die materie regelt (uiteraard afkomstig van dezelfde Minister) naar de Raad van State stapte en in die procedure – ik blijf discreet – nogal wat argumenten aanhaalt die het in dit vaccinatiedossier gewoon lijkt te zijn vergeten doch ook had moeten opwerpen. Geloofwaardigheid komt te voet en gaat te paard … en maakt het de stakeholders met andere belangen op die manier wel erg gemakkelijk. Pardon my French, maar dit is geen goed syndicaal werk. Dat de Minister tijdens de parlementaire debatten de delegatie van de castratie aan varkenshouders dan ook nog eens aanhaalde als een voorbeeldje van de routine van delegeren (van diergeneeskundige handelingen aan veehouders), bewijst hoezeer men de ondertussen legendarische meegaandheid van dierenartsen apprecieert.
Is het niet de taak van een vakbond om een langetermijnvisie te ontwikkelen en daaraan vast te houden? Is het niet de taak van onze vakbond om te knokken voor de monopoliehandelingen waarvoor dierenartsen zo hard hebben gestudeerd?
Studenten
Iedere student die van mij les kreeg, herinnert zich waarschijnlijk dat de ganse “delegatie-saga” mij al heel lang mateloos stoort. “Diergeneeskunde is voor dierenartsen”, lijkt me het evidente motto voor iemand die, samen met de collega’s aan de Faculteit, dierenartsen opleidt en hen het wettelijke kader uitlegt. Evenwel zal niemand mij kunnen verwijten al te principieel te zijn want ik pleit al veel langer voor een pragmatisch kader dat sommige, repetitieve diergeneeskundige handelingen laat uitvoeren door goed opgeleide professionals in dienst van dierenartsen (let op de woorden “goed opgeleide” en “professionals”). Op die manier kan de overbevraagde dierenarts zijn/haar essentiële rollen correct blijven spelen als onafhankelijke derde, als poortwachter van diergezondheid, volksgezondheid en dierenwelzijn. Het onvoorwaardelijk uitdelen van monopoliehandelingen omwille van steeds terugkerende economische motieven (er bestaan geen andere) moet stoppen en wel om toe te laten dat studenten diergeneeskunde met interesse in de nutsdieren zich nog een relevante toekomstige rol kunnen inbeelden. Om diergeneesmiddelen rond te voeren en administratie van klanten correct bij te houden (denk aan de controles!), moeten ze geen zes loodzware jaren aan de UGent vertoeven.
Als ik de vijfdejaarsstudenten moet doceren welke zaken relevant zijn om de diergeneeskunde in België te kunnen uitvoeren (bekijk de Strafbepalingen …!) met de disclaimer dat steeds vaker ook leken datzelfde werk mogen doen maar dan zonder de vrees hun inkomen te verliezen door een (tucht)straf van hun Orde of van de Overheid … dan zakt de moed mij in de schoenen. En, vandaag de nutsdieren, morgen misschien andere diersoorten…? Dit dossier belangt alle dierenartsen aan.
Moet ik de moeilijke en saaie – ik keek er als student ook niet naar uit – veterinaire wetgeving vol vuur blijven overbrengen aan de toekomstige collega’s of moet ik terugplooien en diezelfde saaie materie met de moed der wanhoop aframmelen zonder al te veel aandacht te trekken op de loopholes in de wetgeving die anderen steeds vaker lijken te gebruiken?
U begrijpt (of ook niet) dat de ganse discussie mij, tijdens de laatste dagen van 2024 en terwijl mijn studenten zich voorbereiden op het examen, opzadelt met een knoert van een identiteitscrisis.
(Uiteraard draait dit niet om mij: #durfdenken).
Ik wens iedereen een goede start van 2025!
[1] door pharma.be gedefinieerd als : “het opsporen, analyseren en voorkomen van bijwerkingen van geneesmiddelen of van combinaties van meerdere geneesmiddelen. Een geneesmiddel blijft voortdurend onder bewaking. Dit wil zeggen dat de verhouding tussen de voordelen en de risico’s (al gekende of nieuw vastgestelde bijwerkingen) van het geneesmiddel permanent wordt geëvalueerd. Wanneer er een risico voor de gezondheid wordt vastgesteld, kan een wijziging worden aangebracht in de vergunning van het geneesmiddel, bijvoorbeeld een wijziging in indicatie of het uit de handel nemen van het geneesmiddel.” (Bron).
[2] https://scicom.favv-afsca.be/wetenschappelijkcomite/adviezen/2024/_documents/SciCom2024-12_KBvaccinatieEHDV.pdf




Geef een reactie op VeDa Reactie annuleren