“Reverse mentoring is simply the opposite format of traditional mentoring, where the senior leader is mentored by a younger or more junior employee. Aka, mentoring in reverse. The process recognises that there are skills gaps and opportunities to learn on both sides of a mentoring relationship. Flipping the traditional format on its head can be beneficial for both parties.” (Bron)
Regelmatig schrik ik als ik senior dierenartsen hoor verkondigen dat pasafgestudeerde collega’s “wel erg weinig praktische vaardigheden hebben als ze de universiteitsbanken verlaten” of – veel erger nog – “dat ze er zelf wel snel dierenartsen van zullen maken”.
Dat doet niet alleen mijn UGent hart bloeden omdat het afbreuk doet aan de inzet van zovelen die de overvolle dierenkliniek in Merelbeke draaiende houden. Op weinig plaatsen in de wereld is de caseload in een universitair dierenziekenhuis trouwens zo groot. Dergelijke boude uitspraken negeren daarnaast dat er al jaren een bloeiend skills lab gerund wordt aan de Faculteit waar de studenten heel veel praktische vaardigheden opdoen. En het (in de praktijk vaak verguisde) toelatingsexamen zal binnen twee academiejaren dan weer het aantal studenten rond elke patiënt voor een stuk reduceren.
Belangrijker is dat collega’s die dergelijke zaken denken en soms luidop verkondigen, de jonge collega’s tot “een paar extra handen” reduceren, en dat is jammer. Ze vergeten dat diergeneeskunde ook – en vooral – een intellectuele bezigheid is. Jonge collega’s bulken van de diergeneeskundige kennis bij afstuderen en ook die wordt “binnengehaald” als jonge dierenartsen in een praktijk starten (insourcing). De inzichten over onderzoek, diagnostiek, epidemiologie, behandeling, preventie … van dierziekten nemen quasi exponentieel toe en ook al volgen veel dierenartsen bijscholingen om hun (soms achterhaalde) kennis bij te spijkeren, de beste investering die ze kunnen doen om de praktijk naar een nieuw kennisniveau te tillen, is een jonge collega aannemen.
De huidige studenten worden daarnaast ook ondergedompeld in vakken die vroeger niet bestonden of eerder zwak ontwikkeld waren binnen de toenmalige curricula. Ze brengen dus (ver)frisse(nde) ideeën mee over ondernemerschap, communicatie, praktijkmanagement, medische beeldvormingstechnieken, fiscaliteit, boekhouden, bioveiligheid, goed antibioticumgebruik, dieren(artsen)welzijn, (beroeps)ethiek, ethologie, #onehealth, #onewelfare … die – als de senior collega’s er voor open staan – een enorme boost kunnen geven aan een praktijk. Het zijn jonge wereldburgers met een nieuwe, andere kijk op de diergeneeskunde en dat is waardevol en creëert heel wat opportuniteiten.
Dat brengt me bij het concept reverse mentoring waarbij centraal staat dat jonge, minder ervaren collega’s net zo goed de meer ervaren collega’s zaken kunnen bijbrengen. De gedachte dat “de seniors een keer de jonkies alles zullen leren” is dus zonder meer verouderd en werkt zelfs contraproductief. Het is demotiverend als een jonge collega te vaak het gevoel krijgt weinig waard te zijn voor een praktijk. Niks is – zoals hier boven betoogd – minder waar maar als dat regelmatig – al dan niet verbloemd – verkondigd wordt, dan moeten we niet schrikken dat jonge collega’s eieren voor hun geld kiezen, en de praktijk verlaten. Ze worden dan omwille van hun kennis en vele vaardigheden elders met open armen ontvangen.
Beoordeel als senior vet pasafgestudeerde collega’s dus niet (alleen) op hun praktische skills (die ze trouwens wel hebben als ze in Gent afstuderen) maar ook op hun enorme kennis en inzichten, en hun drive om zaken anders te gaan doen. Als het klikt, zal dat een enorme boost geven aan de praktijk en de samenwerking duurzaam maken.
#durfdenken




Geef een reactie op Sarne De Vliegher Reactie annuleren