Soms over diergeneeskunde

Sarne De Vliegher


Mijn wens voor 2024

Recent postte een collega op de SAVAB Facebook-pagina dat ze het straf vindt dat de kliniek kleine huisdieren een fondsenwerving opzette om de herinrichting van de hospitalisatie-units te ondersteunen (waarbij de fondsenschenker kan rekenen op een fiscaal voordeel). De UGent, waartoe de kliniek kleine huisdieren behoort, is zeker niet de enige universitaire fondsenwerver in ons land. Ook KULeuven, VUB, UHasselt, … doen het. Allemaal kennen we organisaties waaraan we af en toe schenken (met een fiscaal voordeel vanaf 40€). Dat fondsenwervers ofwel niet-gouvernementele organisaties zijn ofwel organisaties zonder winstoogmerk, is in deze alvast erg belangrijk.

De soms giftige reacties die volgden (“bedelinstelling”, “schrijnend”, “aftroggelaars”, “concurrentievervalsing”, “geen enkele volwaardige praktische dierenarts afleveren, en wat geld bij mekaar scharen voor nieuwe hokken”, “doorn in het oog”) deden me tijdens de kerstdagen behoorlijk schrikken en met mij vermoedelijk vele meelezende collega’s werkzaam op de Faculteit.

Het lijkt me alvast goed enkele feiten op een rijtje te zetten die wat achtergrond geven en enkele van de vele verschillen blootleggen tussen “de kliniek in Merelbeke” en privépraktijken, centra en klinieken:

  • “De kliniek in Merelbeke”[i] heeft geen enkel winstdoel (en kan dus aan fondsenwerving doen). De mensen die er werken zijn werknemers van de UGent, een overheidsinstelling, met een vast loon (de interns en residents zijn studenten). Bonussen kennen ze niet, dividenden al evenmin. Dat is anders in de privé.
  • Een variabel (maar vaak groot) deel van de mensen werkzaam in de kliniek wordt betaald “van de eigen kas” (dus van de kliniekinkomsten!) omdat het onmogelijk is om al het werk (zie verder) rond te krijgen met alleen de mensen die centraal door de UGent betaald worden. De daarmee gepaard gaande loonkost is enorm en beperkt de financiële slagkracht voor andere zaken (zoals renovaties). Aan de Faculteit werken in principe geen zelfstandigen, wat wel de norm is in de privé.
  • De kliniek is geen vennootschap maar een onderdeel van de Faculteit Diergeneeskunde van de UGent, een overheidsinstelling. De vakgroepen die de kliniek runnen, kunnen daardoor niet naar de bank stappen met een (vernieuwd) businessplan om te investeren (en de bankier zou “onderwijs” als focus als weinig direct rendabel beschouwen). Dat kan in de privé wel. De vakgroepen kunnen ook hun (nieuwe) eigenaar-investeerder niet vragen om bij te springen. Ook dat kan in de privé steeds vaker wel. Uiteraard onderhoudt “de UGent” de gebouwen (en vraagt daarvoor 20% overhead op alle inkomsten, cf. infra) en renoveert ze. Vaak echter gebeurt dat vrij laat bij gebrek aan middelen en dan soms slechts ten dele. Vandaar dat de kliniek kleine huisdieren zelf moet instaan voor de herinrichting van de te renoveren hospitalisatie-units. De UGent moet keuzes maken, al zeker tijdens een grote besparingsrond (cf. infra). En, er zijn heel veel vragende partijen binnen de 10 andere Faculteiten.
  • De ganse UGent zit in een gigantisch besparingstraject om tegen 2027 recurrent ongeveer 33 miljoen euro per jaar te besparen. Elke vakgroep van onze Faculteit heeft daardoor ingeleverd, wat wil zeggen dat meer mensen “op de kas” (dus van de eigen inkomsten) moeten worden betaald. Deze ingreep was en is erg stresserend, al zeker als je weet dat onze Faculteit sowieso al tientallen jaren onderbemand is (goed dus dat er eindelijk eens ingangsexamen is, cf. infra). Fondsenwerving wordt gezien als een manier om gaten te dichten.  
  • De kliniek bestaat enkel en alleen (!) om onderwijs te geven en wil dat doen onder redelijke omstandigheden, vandaar de zoektocht naar geld om de nieuwe units deftig uit te rusten. Ze zoekt in principe niet actief naar klanten. Veeleer is ze de plaats waar Vlaamse collega’s terecht kunnen met moeilijke (tweede- en derdelijns) cases. Hoe ze dan “concurrentie” zou vervalsen door aan fondsenwerving te doen, is mij een raadsel.
  • Er bestaan alternatieven die in de privé kunnen worden ingezet om geld op te halen. Denk bv. aan crowdfunding door een praktijk om een potje aan te leggen voor het behandelen van vondelingen en van dieren van minderbedeelde eigenaars, en aan bv. de “win-win lening” voor grotere investeringen door ondernemingen (dus niet de universiteit) met een fiscaal voordeel en een fiscaal vangnet voor diegene die geld uitleent.
  • Binnen de vakgroepen die de klinieken runnen, moet naast het kliniekonderwijs (dé bestaansreden van de dierenkliniek in Merelbeke) ook het “gewone onderwijs” gegeven worden. Dat omhelst naast de reguliere lessen ook het begeleiden van masterproeven, het runnen van het skillslab, het geven de vele practica, het afnemen en verbeteren van de examens, … . Daarvoor is personeel nodig (en de Faculteit is onderbemand). In de privépraktijk behoort dat niet tot het takenpakket.  
  • Daarnaast wordt door de vakgroepen aan dienstverlening gedaan (denk daarbij aan de vele telefoons en mails van collega’s met vragen en problemen uit de praktijk, denk aan bijscholing binnen de Academy (IPV), denk aan adviezen aan de overheden, …) en wordt volop aan klinisch-relevant wetenschappelijk onderzoek gedaan (samen goed voor heel wat doctoraten per jaar). Om dat te kunnen doen, moeten projecten en beurzen geschreven worden en zal ook “de kas van de kliniek”, indien nodig, bijspringen. De gedoctoreerde collega’s zetten hun carrières verder en dragen bij tot de welvaart in het land. De resultaten van hun onderzoek vloeien daarnaast terug naar de patiënten én naar de Vlaamse collega’s.
  • Rond de drie universitaire pijlers (onderwijs, onderzoek en dienstverlening) zit een kluwen van facultaire en centrale administratie die veel verder reikt dan wat baliemensen en dierenartsassistenten doen (zeker als je beseft dat de UGent bv. aanbestedingen moet doen in het kader van de wetgeving rond de overheidsopdrachten, iets waarvan men in de privé gelukkig gevrijwaard is). Daarvoor zijn mensen nodig en daarvan wordt slechts een deel centraal betaald door de UGent.
  • Als een klant van de kliniek een factuur krijgt van 1210€, dan vloeit 210€ BTW naar de overheid en 200€ overhead (20%) naar de centrale diensten van de UGent… Dat zijn slokken op de borrel.

De reacties op de Facebook post wijzen – denk ik – op nogal wat onwetendheid onder de collega’s over de grote verschillen tussen de dierenkliniek in Merelbeke (ingebed in de UGent, een overheidsinstelling) en de privépraktijk (elk met voor- en nadelen trouwens). Dat weerhoudt sommigen niet om scherpe commentaren te geven. Deze commentaren worden ook gelezen door collega’s die werken op de faculteit en zich met hart en ziel, net zoals de collega’s in de privépraktijk, inzetten voor de dieren én de nieuwe collega’s opleiden.

Dat de Faculteit niet eens “fatsoenlijk praktisch onderwijs” kan geven, vind ik zwaar overdreven en suggereert dat de collega die dit vermeldt nog niet op veel andere faculteiten in de wereld is geweest. Maar, net om de kwaliteit van het onderwijs te vrijwaren en die kritiek te counteren, is het zeer goed dat het ingangsexamen er eindelijk is gekomen (na >30 jaren smeken bij de bevoegde ministers, ook en vooral vanuit de praktijk). Die beslissing wordt dan weer niet (langer) als een positieve evolutie onthaald  door de Vlaamse practici. Zaken zijn complexer dan ze op het eerste zicht lijken.

Ben ik dan grote voorstander van deze fondsenwerving? Nee, en wel omdat dezelfde mensen die dag en nacht de kliniek doen draaien (en de door Vlaamse collega’s doorgestuurde patiënten verzorgen) aan de bak moeten om zelf te zorgen voor een fijne omgeving om dat te kunnen doen. En omdat ze de kans lopen om als bedelaars gezien te worden (sic!).

Nog iets anders is het dan om in een post op de sociale media de eigen Alma Mater op weinig onderbouwde manier te kijk te zetten. Uiteraard mag dat – de vrijheid van meningsuiting is bij ons absoluut – maar ik vind het weinig collegiaal en zie alvast niemand van de Facultaire medewerkers iets gelijkaardigs doen over zaken die niet helemaal perfect lopen in privépraktijken. Stel je voor.  

Ik probeer alvast vanuit mijn functies steeds de belangrijke rol van de dierenartsen in de maatschappij te benadrukken. Iedereen die me goed kent of volgt (en mijn studenten), weet dat (en minstens de niet-dierenartsen zullen zich daar aan ergeren). Zo schreef ik recent het volgende in een opinie in De Tijd:

Zoals achter elke topprestatie van een paard een dierenarts schuilgaat, staan ook achter elk glas melk, elke steak, elke kippenborst en elk varkenshaasje dierenartsen die hun klanten begeleiden om economisch rendabel de consumenten te voorzien van veilig voedsel. Dat de Vlaamse melkveebedrijven wereldwijd de primus zijn in klimaatvriendelijkheid is deels de verdienste van hun dierenartsen. De wereldvermaarde faculteit diergeneeskunde in Merelbeke, de enige plaats in Vlaanderen waar je als dierenarts kan afstuderen, is een internationale animalhealthhub waar farmaceutische multinationals graag langskomen. Ook de universitaire dierenkliniek blijft een referentie voor practici uit binnen- en buitenland. Vlaamse dierenartsen maken elke dag het verschil.

Ik doe dat in de hoop dat dat bijdraagt aan een betere context voor de huidige en toekomstige collega’s, een omgeving waarin ze beter gerespecteerd worden, een omgeving waarin het diploma van dierenarts afgeleverd door de UGent, respect afdwingt. Maar dan moeten de collega’s zelf ook respect hebben voor het eigen diploma en voor de plek waar dat diploma – door de inzet van velen – mogelijk werd gemaakt. Vergeet je dat, dan zaag je aan de poten van de ganse beroepsgroep en haal je de motivatie onderuit van zij die streven naar een betere diergeneeskundige toekomst.

Wil dat zeggen dat er geen kritiek gegeven mag worden? Uiteraard niet. Kritiek is essentieel maar is liefst niet gratuit. Beweer ik dat aan de Faculteit alles perfect is? Absoluut niet. Alles kan beter (en ik wil deze blogpost kort houden 😉). Maar hetzelfde geldt zonder twijfel voor de diergeneeskunde buiten de Faculteitspoort.

Bij deze dus een oproep om samen te werken, elkaar en onze diploma’s te waarderen, en elkaar te versterken. Laat dat mijn wens zijn voor 2024! Tenslotte hebben we elkaar – als je het grote plaatje ziet – allemaal nodig om op te boksen tegen de vele uitdagingen die op ons afkomen.

Op jullie gezondheid, waarde collega’s!

Als ik een zaak niet begrijp, is dat geen reden om te zeggen dat zij verkeerd is, het is veeleer een bewijs van mijn onwetendheid.” – Marcus Tullius Cicero (Romeins staatsman en schrijver 106 v.C. – 43 v.C.).


[i] Ik hou het eenvoudig maar de kliniek kleine huisdieren bv. wordt door een andere vakgroep gerund dan de kliniek heelkunde van de grote huisdieren



Één reactie op “Mijn wens voor 2024”

  1. […] vuile was buitenhangen is sowieso nooit een goed idee. En, de ene dag de groepen /ketens (of de faculteit…) bashen maar het volgende weekend wel vrolijk de patiënten doorsturen naar hun klinieken …? Laat […]

Geef een reactie op Sluit toch die rangen – Soms over diergeneeskunde Reactie annuleren

OVER DEZE BLOG

Op deze blog schrijf ik – meestal – over diergeneeskunde. Ik vind het fijn om op deze manier mijn gedachten te ordenen en zaken te analyseren. Ik hoop daarmee de discussies in en over onze beroepsgroep op een onderbouwde en respectvolle manier te voeden zodat we samen kunnen nadenken over de toekomst.

OVER MEZELF

Al 28 jaar werkzaam aan de Faculteit diergeneeskunde van de UGent, eerst als rundveedierenarts, vandaag vooral als onderzoeker (M-teamUGent) en hoogleraar, denk ik luidop mee over de toekomst van de diergeneeskunde in Vlaanderen, België en daarbuiten.

(Foto: Eric Senmartin)

Ik engageer me liever dan (alleen) aan de zijlijn kritiek te leveren. No lead role in a cage for me.

Mijn gezin (getrouwd met een superdierenarts!), de natuur, de politiek (lokaal N-VA voorzitter), het voetbal (RSCA, SK Munkzwalm), klassieke (JS Bach), electronische (JM Jarre, Vangelis) en filmmuziek (H Zimmer, J Newton Howard) naast Dire Straits en Pink Floyd/David Gilmour, rode (Bourgogne) wijnen en dé diergeneeskunde zijn mijn passies. Mijn professionele interesses liggen bij diergeneeskundig ondernemerschap, recht en ethiek, en dierenwelzijn.

Mijn wetenschappelijk onderzoek rond uiergezondheid bij melkkoeien – een andere hobby – bracht me al in veel uithoeken van de wereld. Die ervaringen doen me beseffen dat het hier in Vlaanderen goed toeven is.

LinkedIn Rewind 2024

“LE BEAU EST L’ÉCLAT DU VRAI.” (Hegel).

Nieuwsbrief