Gisteren werd in Nederland – alweer – aandacht besteed aan “de poen-scheppende dierenartsen”. Deze keer was het in het programma “Kassa” – de naam beloofde niet veel goeds – op NPO1.
Ik heb de reportage uitgesteld bekeken en kan slechts een zaak concluderen: wat een eenzijdig verhaal!
Wat een gemiste kans om een breed en genuanceerd beeld neer te zetten van de diergeneeskunde voor gezelschapsdieren in al haar facetten vandaag, net nu die zich in een perfecte storm bevindt.
Wat een populisme van een partij die voor dierenwelzijn staat maar het welzijn van de dierenartsen veel minder belangrijk lijkt te vinden. Wat een gebrek aan kennis ook van de sector om “meer concurrentie” als oplossing naar voor te schuiven.
Er wordt voorbijgegaan aan de enorme inzet en overgave nodig om dierenarts te worden en daarna carrièrelang te blijven bijscholen.
Er wordt voorbijgegaan aan wat het aan inzet en inzicht kost om een dierenartsenpraktijk of een dierenkliniek te runnen.
Er wordt voorbijgegaan aan de enorme inzet van dierenartsen en de assistenten om dag en nacht zorg te voorzien van dieren van steeds veeleisender en mondiger eigenaren.
Er wordt voorbijgegaan aan de enorme investeringen in mensen, materiaal, opleidingen en omkadering om die zorg dag en nacht te kunnen aanbieden.
Er wordt voorbijgegaan aan de specialistische ingrepen die door de gigantische menselijke en financiële investeringen mogelijk zijn geworden.
Er wordt voorbijgegaan aan het feit dat er in de diergeneeskunde geen sociale zekerheid bestaat.
Er wordt voorbijgegaan aan het feit dat dierverzekeringen een deel van de oplossing zijn.
Er wordt voorbijgegaan aan de enorme druk die momenteel op steeds minder schouders terecht komt met een gigantische uitstroom, mentale problemen en zelfs zelfdodingen onder dierenartsen tot gevolg.
Er wordt voorbijgegaan aan het feit dat niet iedereen geschikt is om een huisdier te houden en te verzorgen en dat niet alleen om financiële redenen.
De komst van “de groepen” maakt alleszins steeds meer inzichtelijk wat het ECHT kost om dag en nacht hoogstaande diergeneeskundige (spoed)zorg te voorzien. En wat blijkt: als er te weinig gerekend wordt dan moeten jonge, pasafgestudeerde dierenartsen dat al te vaak opvangen door aan een (te) laag loon de praktijk bij nacht en ontij recht te houden. Dat niet duurzame model leidt tot de vermelde uitstroom en de mentale problemen, of erger. De vicieuze cirkel die daardoor ontstaat – want steeds minder schouders om te stutten – los je niet op door dierenartsen in prime time ongenuanceerd neer te zetten als zakkenvullers.
De tijd dat vooral “hobbyisten” – gedreven dierenartsen die zichzelf wegcijferen ten voordele van patiënt en eigenaar – bezig waren met het verzorgen van honden en katten, ligt (bijna) achter ons. En als ze nog bestaan, dan outsourcen ze hun nachten en weekenden aan (vaak onwetende) buurtklinieken … hoe zou dat komen? Niet duurzaam, toch?
Ik mag hopen dat de meeste kijkers na het uitkijken van deze bij momenten tenen-krullende reportage concluderen dat dieren houden een grote verantwoordelijkheid inhoudt, ook financieel, en dat er oplossingen bestaan indien het kostenplaatje te veel op zou lopen. Ik weet niet of de makers ervan zich trouwens realiseren hoeveel stress en boosheid deze reportage heeft veroorzaakt onder dierenartsen, net nu deze iedereen, op de toppen van de tenen, nodig hebben om de diergeneeskundige ark te water te houden.
Een deel van de oplossing is de reportage niet echt geworden.
Een gemiste kans.




Geef een reactie op Marnix Snijder Reactie annuleren