Momenteel woedt er een boeiende discussie in Nederland rond de (wel erg) hoge facturen die enkele diereigenaren moesten betalen nadat kat- en hondlief met spoed tijdens nacht en ontij werden opgenomen in een Anicura dierenziekenhuis. Dat leidde onder andere tot een tv-debat (Meldpunt.nl, 7 januari op npo1) tussen de directeur van Anicura Nederland, Wencke van der Meijden, en Tweede Kamerlid voor de Partij voor Dieren, Frank Wassenberg (https://tvblik.nl/meldpunt/7-januari-2022). Mijn verwachting is alvast dat in Vlaanderen straks dezelfde discussies gevoerd zullen worden. Wat meer context helpt dat misschien voorkomen.
De discussie gemakshalve beslechten door – polariserend – te stellen dat de investeerders achter Anicura (en andere spelers zoals Evidensia en Nesto bij ons) slechts als enig doel hebben “om de dierenliefde van de mensen om te zetten in winst”, zoals een collega op Twitter schreef, is schadelijk. Deze benadering gaat voorbij aan de passie van de vele dierenartsen die zich dag en nacht inzetten voor de gezondheid en het welzijn van de patiënten (binnen en buiten de groepen) én negeert het feit dat de diergeneeskunde in Nederland, net als in Vlaanderen, in een “perfecte storm” terecht is gekomen. Iedereen in de sector is verwoed op zoek naar oplossingen doch die zijn niet makkelijk te vinden. Zwart-wit denken zal ons alleszins weinig vooruit helpen.
De gezelschapsdierensector kent al een tijdje een spectaculaire groei. Dat merk je aan de vele startups die zich gooien op honden- en kattenvoeding, dat zie je aan de uitrol en expansie van vrij nieuwe diergeneeskundige modellen en aan de komst van de zogenaamde groeperingen van dierenartsenpraktijken onder de paraplu van Nesto, Evidensia en Anicura (private equity). Een en ander werd nog aangezwengeld door de Corona-epidemie waarbij mensen in lock-down op zoek gingen naar een (wandel)maatje met als resultaat dat steeds meer honden en katten terecht komen bij de dierenarts voor zowel preventie (ontworming, vaccinatie, ontvlooiing) als verzorging [bij (ernstige) ziekte]. Dat lijkt goed nieuws maar is het niet helemaal door het grote tekort aan dierenartsen. Overal zie je vacatures die niet ingevuld raken, zowel bij ons als in Nederland. Hoe dat komt, net nu Minister Weyts in Vlaanderen besliste tot een toegangsexamen en numerus fixus voor de studies diergeneeskunde (bestaat al vele jaren in Nederland, trouwens) om de kwaliteit van de opleiding te vrijwaren, is niet in 1-2-3 uit te leggen. De jarenlange “overvloed” aan jonge dierenartsen (“de plethora”) in België door de Faculteiten Diergeneeskunde “afgeleverd” in afwezigheid van een toegangsexamen, speelt daarin echter een belangrijke rol want dat leidde er toe dat deze jonge collega’s niet steeds correct behandeld noch correct verloond werden. Velen verlieten daarom gedesillusioneerd de groepspraktijken en vestigden zich in de buurt om aan (veel) lagere tarieven (en een beperkte kostenstructuur) de grote(re) praktijken (met een grotere kostenstructuur) het leven moeilijk te maken. De grotere praktijken – zij die nu ook vaker worden opgenomen in een groep – hebben tot op vandaag last van een “slecht” imago [“slechte verloning en (te) hard werken”], wat deels de afwijzende houding verklaart van studenten diergeneeskunde en pasafgestudeerde dierenartsen. Significante loonsverhogingen en grotere teams zijn een deel van de oplossing doch het geld daarvoor moet ergens verdiend worden. Bij de klant.
Komt daarbij dat de nieuwe generatie dierenartsen niet langer bereid is het “24/24 7/7 365/365-pad” van de oudere generaties te bewandelen. Ze zweren terecht trouw aan een betere work-life balans én weigeren voor een habbekrats – want dat was het te vaak – te werken. Diergeneeskunde is echter wel geen bezigheid die je kan plannen tussen 9u en 17u en vereist dus dierenartsen die hun verantwoordelijkheid opnemen en mee instaan voor nacht- en weekendwerk. Als de “work-life-slinger” te hard doorslaat, dan wordt dat laatste moeilijk, iets wat zich vandaag uit in heel wat praktijken die voor nacht- en weekendwerk, vaak zonder enig overleg, “leunen” op klinieken in de buurt[1]. Die laatsten worden daardoor zo overbelast dat ze hun eigen dierenartsen zien bezwijken en beslissen om hun “kliniek-titel” terug te zenden naar afzender, de Orde. Daarmee maken ze de situatie, ongewild, nog moeilijker voor de andere klinieken, wachtdiensten en praktijken die wél beschikbaar (proberen) blijven. Een vicieuze cirkel. In Nederland proberen groepen zoals Anicura en Evidensia dit probleem aan te pakken door spoedcentra te openen waar vanuit de periferie patiënten terecht kunnen, iets wat ook bij ons in de steigers staat. De kans dus dat katten- en hondenbaasjes terechtkomen in een dergelijk centrum wordt, eens je de ruimere context begrijpt, evident groter. Dergelijke centra runnen vereist uiteraard grote investeringen in (gespecialiseerde) teams en in geavanceerd materiaal, en soms zelfs de bijstand van de periferie omwille van de grote drukte. Dat daar een serieus prijskaartje aan vasthangt, is evident. De klant zal daarvoor moeten betalen.
Dat alles wordt geflankeerd door een diergeneeskunde voor gezelschapsdieren die, in het zog van de humane geneeskunde, steeds gespecialiseerder te werk gaat. Denk aan hartoperaties, minimaal-invasieve endoscopische chirurgie en oncologie en chemotherapie, om maar enkele voorbeelden te noemen. Dat drijft de verwachtingen van de diereigenaren uiteraard op want zij willen alleen het beste voor hun “gezinsleden”. Ze vergeten evenwel soms dat dergelijke “mensengeneeskunde” niet geleverd kan worden aan de lage prijzen die men in diezelfde geneeskunde gewoon is … in aanwezigheid van een sociale zekerheid. De diergeneeskunde kent geen ziekenkas waar iedere honden-of katteneigenaar solidair aan bijdraagt. Letterlijk alles dient dus betaald te worden door de eigenaar zelf, ook bij nacht en ontij, tenzij die zijn dier verzekerde (en de verzekeraar tussenkomt) of hij beslist tot euthanasie (bijvoorbeeld als het prijskaartje van de onderzoeken en ingrepen diens financiële draagkracht overschrijdt). Dat in Vlaanderen en Nederland nog weinig huisdieren verzekerd zijn, is een bijkomend pijnpunt waar slechts mondjesmaat verandering in komt. Een toenemend aandeel verzekerde honden en katten is nochtans een deel van de oplossing.
De gigantische stappen richting (verwachte) specialisatie in de kleinehuisdierenzorg vereist uiteraard ook heel wat kapitaal, zonder de input van een ziekenfonds. Dat verklaart de instap van investeerders in de diergeneeskunde, een trend die reeds enkele jaren terug werd ingezet vanuit Scandinavië en het Verenigd Koninkrijk en Vlaanderen bereikte via Nederland. Dat kapitaal is namelijk zo goed als nooit bij elkaar te sparen door de dierenartsenpraktijken zelf. Investeerders willen uiteraard een return on investment en zijn daardoor, voor sommigen meer dan voor anderen, “verdacht”. Investeerders proberen die ROI te bereiken door praktijken efficiënter te laten werken (bijvoorbeeld door het bundelen van personeelsbeheer en IT) en door de macht van het getal te laten spelen bij aankopen. Zij realiseren zich uiteraard wel dat hun belangrijkste kapitaal vertegenwoordigd wordt door de dierenartsen in hun praktijken en klinieken en streven daardoor naar een passend(er) statuut, een correcte(re) verloning, een betere work-life balans, leuke teams, en uitdagende carrièrepaden en dito (maar vaak dure) bijscholingsmogelijkheden. Laat dat nu net zijn wat studenten diergeneeskunde nodig achten voor een mooie carrière in de diergeneeskunde, met hopelijk een beperktere uitstroom uit het beroep en tevreden baasjes met gezonde huisdieren tot gevolg. Uiteraard vind je die ideale omstandigheden niet automatisch of alleen in de groepen, wat dierenartsen de keuze laat om te beslissen waar en hoe ze willen werken. Ook de honden- of katteneigenaar kan trouwens vandaag nog steeds kiezen bij welke praktijk hij zijn dier laat verzorgen: bij de eenmanspraktijk of in de groepspraktijk, al dan niet (deels) in handen van externe investeerders. Het nijpende tekort aan dierenartsen zal de keuze bij spoedeisende hulp tijdens nacht of weekend, net als in Nederland, wel beperken, wat ons terugbrengt bij de discussie waar ik mee startte.
Is mijn betoog een pleidooi pro groepen? Nee, want ook zij zullen niet voor alles een oplossing vinden.
Wel is het een pleidooi voor samenwerken, over praktijken en groepen heen. De problematiek van de “wachten”, kan niemand op zijn eentje oplossen, laat dat duidelijk zijn.
Wel is het een oproep tot een genuanceerde benadering van de problemen waarmee de diergeneeskunde vandaag geconfronteerd wordt. Oplossingen vinden zal een pak geld, veel durf, veel inzet en inzicht, overleg én ondernemerschap vergen.
Wel is het een pleidooi voor meer inzicht bij de criticasters die met makkelijke oplossingen als “meer concurrentie” op de proppen komen. Uitgesproken concurrentie (met dank aan de plethora) heeft de laatste 40 jaar in België een enorme negatieve impact gehad op onze beroepsgroep én daarom alleen al blijft die onwenselijk. Trouwens, waar zou men de dierenartsen vinden om, zoals vroeger, voor een appel en een ei, dag en nacht topkwaliteit te leveren? Niet alleen dierenwelzijn is van belang, ook dierenartsenwelzijn is dat, beste Partij voor de Dieren.
Wel is het een pleidooi voor meer respect voor de inzet van de praktijkdierenartsen – werkzaam binnen en buiten een groep – die dag en nacht klaar staan, bijscholen en ondernemen, al dan niet met eigen kapitaal of dat van een externe investeerder. Holt die laatste de onafhankelijkheid van de dierenartsen (teveel) uit – dat gevaar bestaat uiteraard – dan is het bij ons aan de Orde om kordaat op te treden.
Om mee te eindigen: heel veel discussies (en tv-debatten) over te hoge facturen na een opname in een dierartsenpraktijk kunnen voorkomen worden door te zorgen voor een zogenaamde “geïnformeerde toestemming”[2] (informed consent) waarmee de eigenaar die zich aanbiedt in een dierenartsenpraktijk, aangeeft op de hoogte te zijn van de risico’s en van de kostenvork voor diagnostiek en ingreep bij zijn huisdier. Gaat de eigenaar niet akkoord met hetgeen wordt aangeboden, dan kan die beslissen alsnog op zoek te gaan naar een alternatief. ’s Nachts en in het weekend is dat alleen moeilijker. U begrijpt waarom.
[1] In klinieken moet de permanentie door een dierenarts verzekerd alle dagen 24 uur op 24 uur worden en in geval van urgentie moet een onverwijlde tussenkomst gewaarborgd worden (zie https://www.ordederdierenartsen.be/sites/default/files/public/Code2015.pdf, bijlage 3.4.1)
[2] Art. 17 van de Code der Plichteneer stelt: “De dierenarts moet: … voldoende uitleg geven om een weloverwogen toestemming te bekomen van de eigenaar, of bij ontstentenis ervan, van de verantwoordelijke van het dier, met name door hem op de hoogte te stellen van de prijs en het risico van de uit te voeren handeling; … .



Geef een reactie op Kassa, kassa! – Sarne De Vliegher – Soms over diergeneeskunde Reactie annuleren