Verschenen in De Standaard op 1 oktober 2021.
In de wekelijkse brief aan de leden van 23 september roept Boerenbond-voorzitster Sonja De Becker op om dierenartsen meer ‘tender loving care’ te geven, in de hoop ze daarmee te overtuigen het beroep niet te verlaten. Ze vraagt minister van Werk Hilde Crevits (CD&V) om mee de schouders te zetten onder ‘werkbaar werk’ voor dierenartsen. Wat die vooral nodig hebben, is appreciatie en loon naar werken.
De sector gaat door zwaar weer. Praktijken voor gezelschapsdieren mogen dan wel boomen, onder meer door de vele coronahuisdieren, ze vinden onvoldoende dierenartsen. De faculteit diergeneeskunde, die al jaren gebukt gaat onder het grote aantal studenten, is tevreden dat minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) eindelijk werk heeft gemaakt van een ingangsexamen en een numerus clausus. We waren de laatste in Europa zonder. Maar door de beroepsgroep zelf werd dat op ongeloof onthaald, gezien de vele vacatures.
Ondertussen blijken steeds meer studenten diergeneeskunde de studies aan te vatten zonder goed te beseffen wat het vergt om in de praktijk te (blijven) werken. Ze haken soms na een eerste verplichte stage af en beslissen om na hun studies niet in de praktijk te stappen. Jonge dierenartsen die de stap wel wagen, haken vaak al na enkele zware jaren gedesillusioneerd af, mentaal en fysiek afgemat door de veeleisende klanten, het vele nacht- en weekendwerk en een gebrek aan waardering door klant en baas.
Dierenartsen voorkomen de verspreiding van dierziekten. De overheid vreest al langer dat het tekort een bres kan slaan in de dijk. De landbouworganisaties delen die bezorgdheid nu ook. Voor de slachthuizen, waar de dierenartsen de slachtdieren voor en na de slacht beoordelen, is de situatie al even precair. Ook de Boerenbond is tot het besef gekomen dat het niet duurzaam is om dierenartsen tegen elkaar uit te spelen om de (geneesmiddelen)prijs te drukken. Het gebrek aan goede wil bij de landbouworganisaties om het werk dat dierenartsen voor de overheid bij landbouwbedrijven moeten uitvoeren correct te betalen, is legendarisch. Dat gaat hand in hand met de gestage uitholling van de diergeneeskundige wetgeving ten voordele van de leden, gefaciliteerd door een gewillige Overheid. Ook dat blijft niet zonder gevolgen.
Dierenartsen spelen een cruciale rol in onze maatschappij: ze genezen dieren, bewaken het dierenwelzijn tijdens het praktijkwerk en in het slachthuis, vrijwaren de veestapels van dierziektes die de export bedreigen, waken over de kwaliteit van de dierlijke producten die in de borden belanden en dragen op die manier zorg voor de volksgezondheid. Ze spelen een centrale rol in het one health concept, dat stelt dat de gezondheid van dier, mens, en omgeving onlosmakelijk verbonden zijn. Daar worden ze te weinig voor gewaardeerd.
Dat ligt niet alleen aan de landbouworganisaties. De dierenartsen moeten ook in eigen boezem kijken. Vele jaren lang hebben ze elkaar bijna op leven en dood beconcurreerd. Veehouders konden zich in de handen wrijven, want zij werden dag en nacht, bij storm en ontij, perfect bediend tegen de in Europa laagste prijs.Jonge dierenartsen warm maken om hetzelfde te doen, lukt steeds moeilijker. Ook hun ervaren collega’s die met gezelschapsdieren werken, hebben boter op het hoofd: zij hadden lang bij gebrek aan een numerus clausus maar te kiezen uit de grote groepen jonge dierenartsen die jaar na jaar werden afgeleverd door onze faculteit. Onderwaardering en uitstroom waren te vaak de gevolgen. Dat wreekt zich nu, want door hun slechte imago gaan pasafgestudeerden steeds minder makkelijk in op hun avances. Dat is deels een verklaring voor de vele vacatures.
De studenten diergeneeskunde en de jonge dierenartsen willen gerespecteerd worden, een correct loon krijgen én waken over een goede work-lifebalans. De tijd dat (vooral mannelijke) dierenartsen vanaf de universiteitsbanken in grote drommen de markt opvlogen om dag en nacht te wroeten, ligt achter ons. Met die nieuwe realiteit, ook gekenmerkt door een sterke vervrouwelijking van het beroep, moeten veehouders en dierenartsen die medewerkers zoeken, rekening houden.
Of de oplossing van de malaise bij de minister van Werk ligt, betwijfel ik, ook al kan elke bijdrage helpen. Veeleer moeten de jonge en ervaren dierenartsen onder elkaar de interne problemen uitpraten en het verleden achter zich laten. Ze hebben elkaar nodig. Daarnaast wordt het hoog tijd dat de veehouders ook in de bestuurskamers beslissen om op alle niveaus meer appreciatie te tonen voor de expertise en inzet van dierenartsen. Is het niet om de dierenartsen een plezier te doen, dan uit eigenbelang. “No vets, no farmers, no food, no future” zou anders zomaar een nieuwe slogan kunnen worden.



Geef een reactie op Twee keer winst met “diergeneeskundige permanentie ENGIE-style” – Sarne De Vliegher – Soms over diergeneeskunde Reactie annuleren