Soms over diergeneeskunde

Sarne De Vliegher


Ook 2025 is een verkiezingsjaar (3)

In dit derde en laatste stukje, voeg ik, in het verkiezingsjaar 2025, nog enkele laatste suggesties toe over de werking van de Orde en de rol die ze kan spelen naar de buitenwereld toe.

  • Beroepsaansprakelijkheidsverzekering via de Orde. Zowel wettelijk[1] als deontologisch[2] worden dierenartsen verplicht hun beroepsaansprakelijkheid (naar aanleiding  van het maken van een fout of het onvoorzichtig handelen tijdens de uitoefening van hun beroep) te verzekeren. Dat is goed want het zorgt voor financiële bescherming van de dierenarts. Evenwel – en dat is niet nieuw – blijkt het voor sommige, vaak jonge, dierenartsen heel moeilijk om nog een verzekeraar te vinden die hen wil verzekeren. Ook dierenartsen die werken met hele waardevolle dieren, vragen zich af wat er gebeurt als hun verzekering slechts tot op bepaalde hoogte tussenkomt en dus niet de gehele schade wordt vergoed [bedenk daarbij dat dieren als goederen worden verzekerd (lage uitgekeerde bedragen) en dat “lichamelijke schade” slaat op schade bij mensen (hogere bedragen)]. Deze uitdagingen kunnen door de Orde worden aangepakt door het voorzien van een beroepsaansprakelijkheidsverzekering voor alle dierenartsen, ongeacht leeftijd, ervaring of patiëntenbestand. Net zoals bij de advocaten wordt deze verzekering dan deel van het lidgeld van de Orde. De Orde negotieert de best mogelijke bescherming voor alle dierenartsen actief in Vlaanderen (of België als de Waalse collega’s meegaan) en gebruikt daarvoor de macht van het getal. Dat dit geen evidente oefening is, blijkt uit het uitgebreide overleg daarrond van enkele jaren terug maar het is tijd om opnieuw aan tafel te gaan zitten en een oplossing te vinden die alle dierenartsen dient. Solidariteit zal daarbij belangrijk blijken. En, als we dan toch doordenken, waarom kan de Orde ook niet voor alle dierenartsen een verzekering gewaarborgd inkomen afsluiten en zodoende haar leden beschermen tegen calamiteiten aan de best mogelijke voorwaarden?
  • De Code der Plichtenleer wordt regelmatig aangepast (de huidig-vigerende versie is deze van 2024). Daarbij wordt meestal werk gemaakt van specifieke zaken, zoals bijvoorbeeld de recente wachtdienstregeling. De laatste grote update dateert al van 2013 toen de volledige Code herzien werd met de Code of Conduct van de Royal Council of Veterinary Surgeons van het VK als inspiratie (en aangedreven door de Europese Dienstenrichtlijn). Die oefening moet herhaald worden door elke artikel tegen het licht te houden, na te gaan of het helder is, en of het nog steeds verdedigbaar en/of belangrijk is. Ordes zullen, onder druk van Europa, steeds minder impact hebben op hun leden en moeten daarom terugplooien op het garanderen van de kerntaken van hun beroepsgroep. Dat moet gereflecteerd worden in onze Code en al de rest moet (op termijn) gezien worden als mogelijke ballast. Daarnaast moet de Code ook meer reflecteren wat we als beroepsgroep vandaag belangrijk vinden en dan volstaat bijvoorbeeld de korte bepaling over het dierenwelzijn vandaag niet langer[3]. Ook lijkt de tijd gekomen om meer in te zetten op innovatie en veeleer dan af te wachten, werk te maken van deontologische regels die als houvast dienen voor de praktijkdierenartsen (denk bv. aan het gebruik van AI in de praktijk). Diergeneeskundig ondernemerschap moet omarmd worden, met voldoende garanties rond bv. onafhankelijkheid van de dierenarts en eventuele onverenigbaarheden. Dierenartsen, ook al zijn ze vrije beroepers, worden vandaag nu eenmaal gezien als ondernemers maar met een maatschappelijk relevante rol die ze niet uit het oog mogen verliezen. De Code moet dat reflecteren.
  • Ook de Wet op de Uitoefening van de Diergeneeskunde moet “ooit” een keer grondig herbekeken worden, een uitdagende oefening die moet gebeuren in samenspraak met alle dierenartsen en stakeholders, een waar de Orde een leidende rol in moet spelen. Een wetgevend kader voor telediergeneeskunde en de rol van de dierverpleegkundigen en diergeneeskundige helpers moet daaraan gekoppeld worden. Achterhaalde artikelen (zoals bv. rond de rol van de provinciale geneeskundige commissies) moeten verdwijnen. Een gelijkaardige oefening dringt zich trouwens ook al heel lang op voor de Wet tot Instelling van de Orde.
  • De Orde moet durven nadenken over het accrediteren van praktijken, een benadering die verder gaat dan het definiëren wat de diergeneeskundige modaliteiten (dierenartsenpraktijk, dierenartsencentrum of dierenkliniek) zijn in de Code vandaag (artikel 22 en Hoofdstuk 3). Een gradatiesysteem dat de kwaliteit van de aangeboden diensten reflecteert, komt de transparantie ten goede van onze professie en kan bv. discussies over “dure dierenartsen” counteren of voorkomen. Daaraan gekoppeld kan de Orde in nauw overleg met de Faculteit nagaan of bepalingen over de stages en stagemeesters noodzakelijk worden, als we willen dat extra muros stages blijven voldoen aan de huidige en toekomstige stand van praktijkvoeren én de wetenschap. In eenzelfde beweging kunnen de regels van de GVP (Good Veterinary Practice) voor de dierenartsen actief in de landbouwhuisdieren bekeken worden en kan nagegaan worden, in overleg met de syndicaten, hoe de GVP-dierenartsen in de toekomst nog meer vertrouwen kunnen genereren bij de Overheid en de stakeholders.

Bovenstaande bedenkingen en suggesties (opgenomen in drie bijdrages) zijn onderdeel van een denkproces dat ik jaren geleden al inzette (noem het gerust “free-wheelen”).

Zijn al deze zaken prioritair, even belangrijk en even haalbaar? Uiteraard niet maar er over nadenken en ze neerschrijven, kan als basis dienen voor (opbouwende) kritiek, het uitdenken van alternatieven, het parkeren of afvoeren ervan. Stilstaan is achteruitgaan, ook als beroepsgroep, en de Orde blijft een belangrijke hefboom voor denkprocessen en acties, uiteraard met respect voor het wettelijke kader dat haar rol definieert.  

De lezer zal merken dat ik nergens opper om de Orde af te schaffen, iets wat sommige collega’s wel doen, en dat is uiteraard legitiem. De vraag is, uiteraard, wat het alternatief wordt als we geen Orde meer hebben. Recent schreef de huidige voorzitter van de Orde van Vlaamse Balies, Peter Callens, daarover het volgende (maar dan over zijn Orde):

Ter zake. Is de Orde van advocaten overbodig of is zij dat niet?

Om te beginnen: de vraag is relevant. Stel dat er geen Orde bestaat. Je haalt een rechtendiploma, je legt de eed af en je mag jezelf advocaat noemen en je beroepsbezigheden aanvatten. Je bent gewoon onderworpen aan het gezag van de hoven en rechtbanken en je hebt je te houden aan de wet, full stop. Geen Orde van advocaten, alle advocaten staan direct onder overheidsgezag.

Het stuk is meer dan lezenswaardig en dus nodig ik iedereen uit om het na te lezen. Argumenten genoeg om Ordes, ook de onze, te blijven verdedigen maar onder de expliciete voorwaarde dat ze haar taken correct en professioneel invult, of zoals Peter Callens zijn stuk eindigt:

Wil dat zeggen dat de Orde op alle punten altijd goed scoort? Neen. Het is mensenwerk en dus vatbaar voor verbetering. Fouten en nalatigheden komen voor. Die moeten wij bestrijden en onze structuren zo inrichten dat het risico op uitschuivers minimaal is. Wij hebben geleerd uit het verleden. We would not be what we are today without the calamities of our yesterdays, schrijft Salman Rushdie in Knife. En wij moeten verbeteren naar de toekomst toe.

Samen bouwen we aan de diergeneeskunde van morgen.


[1] Art. 4 van https://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1991/08/28/1991016144/justel

De dierenartsen en de diergeneeskundige rechtspersonen mogen het beroep van dierenarts niet uitoefenen zonder door een beroepsaansprakelijkheidsverzekering gedekt te zijn. 

[2] Art. 6 van https://www.ordederdierenartsen.be/sites/default/files/Code2024_0.pdf

Aansprakelijkheid. De dierenarts moet zijn beroepsaansprakelijkheid verzekeren, op een wijze aangepast aan de uitgeoefende beroepsactiviteit.

[3] Art. 15. De dierenarts moet:

1. waken over de bescherming en het welzijn van de dieren;



OVER DEZE BLOG

Op deze blog schrijf ik – meestal – over diergeneeskunde. Ik vind het fijn om op deze manier mijn gedachten te ordenen en zaken te analyseren. Ik hoop daarmee de discussies in en over onze beroepsgroep op een onderbouwde en respectvolle manier te voeden zodat we samen kunnen nadenken over de toekomst.

OVER MEZELF

Al 28 jaar werkzaam aan de Faculteit diergeneeskunde van de UGent, eerst als rundveedierenarts, vandaag vooral als onderzoeker (M-teamUGent) en hoogleraar, denk ik luidop mee over de toekomst van de diergeneeskunde in Vlaanderen, België en daarbuiten.

(Foto: Eric Senmartin)

Ik engageer me liever dan (alleen) aan de zijlijn kritiek te leveren. No lead role in a cage for me.

Mijn gezin (getrouwd met een superdierenarts!), de natuur, de politiek (lokaal N-VA voorzitter), het voetbal (RSCA, SK Munkzwalm), klassieke (JS Bach), electronische (JM Jarre, Vangelis) en filmmuziek (H Zimmer, J Newton Howard) naast Dire Straits en Pink Floyd/David Gilmour, rode (Bourgogne) wijnen en dé diergeneeskunde zijn mijn passies. Mijn professionele interesses liggen bij diergeneeskundig ondernemerschap, recht en ethiek, en dierenwelzijn.

Mijn wetenschappelijk onderzoek rond uiergezondheid bij melkkoeien – een andere hobby – bracht me al in veel uithoeken van de wereld. Die ervaringen doen me beseffen dat het hier in Vlaanderen goed toeven is.

LinkedIn Rewind 2024

“LE BEAU EST L’ÉCLAT DU VRAI.” (Hegel).

Nieuwsbrief