Soms over diergeneeskunde

Sarne De Vliegher


“Een te grote glazen stolp” – opinie in De Standaard

Deze opinie verscheen vandaag (15/4/25) in De Standaard maar met de verschrikkelijke, niet door mij gekozen, titel “Het wordt studenten zo makkelijk gemaakt dat je er niets mee kunt aanvangen als ze zijn afgestudeerd”. Ik distantieer me daar ten volle van. Ook DS is steeds vaker op zoek naar kliks. Op mijn aandringen werd de titel aangepast naar iets anders (opnieuw zonder mijn inbreng, namelijk “We maken tere kasplantjes van onze studenten”). Ook dat is te weinig genuanceerd. Mijn originele titel staat hierboven.

Recent beschreef UGent-collega Wouter Duyck hoe we onze kinderen als frêle sneeuwklokjes opvoeden onder een glazen stolp. Die virtuele stolp lijkt ondertussen zo groot geworden dat ook onze Universiteitsstudenten er onder passen. Dat zoveel jonge dierenartsen snel de praktijk verlaten, suggereert dat we ze misschien teveel opleiden wars van een realiteit met dag-, nacht- en weekendwerk én heel veel uitdagingen. Dat buitenlandse dierenartsen blijkbaar steeds vaker de neus ophalen voor jonge UGent-dierenartsen daar waar die vroeger zeer gegeerd waren, moet toch een belletje doen rinkelen?

Twee academiejaren terug werd ik gevraagd om op vrijdagnamiddag enkel nog online les te geven. De vele dierenartsenpraktijken die kampen met uitval van jonge collega’s en de vele vacatures indachtig, stelde ik de vraag of we jongeren willen aanleren dat op vrijdagnamiddag niet gewerkt moet worden. Ze werd beantwoord met de gevleugelde woorden “dat we ons moeten aanpassen aan een veranderende maatschappij”. Het leek bijna geïnspireerd door de degrowth-gedachte. Waar de emails over examens van decanaat vroeger beperkt bleven tot berichten over lokalen, gaat het nu ook over “studenten die wensen af te studeren”. Ik dacht dat studenten dat vooral moesten proberen. Silly me! Waarom is de mindset zo veranderd?

Pre-examen mails kondigen steeds meer examenfaciliteiten aan. Dat gaat van meer tijd, over een vrij te kiezen plaats in het examenlokaal, gebruik van een geluiddempende koptelefoon of een laptop met voorleessoftware en afleggen van het examen in een stille ruimte tot de ingrijpende mogelijkheid om het examen op een zelf te bepalen ander moment in te plannen (wetende dat elke zittijd vandaag al een inhaaldag voorziet). Voor het vak dat ik in het eerste semester in het vijfde jaar doceerde, hadden 35 studenten op 280 (12,5%) dergelijke faciliteiten, meestal centraal goedgekeurd. Soms mogen professoren ze goed- of (gemotiveerd) afkeuren, evenwel zonder zicht te hebben op een (medische) noodzaak. Ja klikken en zwijgen. Uiteraard is het perfect verdedigbaar dat studenten met ernstige gezondheidsproblemen of uitzonderlijke familiale omstandigheden worden opgevangen en geholpen. De aantallen – mogelijks aangedreven door allerlei nieuwe medische labels en aandoeningen – suggereren dat de slinger doorslaat. Ze vergroten ook de kans dat studenten met reëlere noden te weinig ondersteuning krijgen en dat wil niemand.

Moet de universiteit niet altijd de plek zijn waar studenten worden uitgedaagd? Waar ze zelfredzaam worden, veerkracht ontwikkelen én voluit engagement tonen, met een diploma als ultieme bewijs dat dat lukte? Studenten steeds meer aan de hand houden, wetend dat dat veel tijd en middelen kost, of tevreden zijn met een beperkter studentenengagement, doet net het omgekeerde, toch? Het gevaar bestaat dat we zo steeds meer jonge mensen afleveren die een universitair diploma hebben behaald waarmee ze, noch voor zichzelf noch voor de maatschappij (die al een deel van de meerkost droeg), voldoende rendement behalen? Leidt dat niet tot welvaartvernietiging maar – oh paradox! – niet steeds tot een beter welzijn van studenten noch van jongafgestudeerden? Durven we daarover nadenken?

Vergis u niet: ik ben zeer grote fan van actieve en ondernemende (diergeneeskunde) studenten (en dat zijn er nog steeds veel) en doe mijn uiterste best om ze als assertieve wereldburgers de toekomst tegemoet te laten stappen. Het is nu echter – lead by example én in hun belang – tijd om de kat de bel aan te binden.

Of is de student die me mailde dat hij via Google-maps mijn bureau niet vond op onze campus voor een afspraak, dan niet een beetje een kanarie in de koolmijn?

Voer voor de rectorverkiezingen, me dunkt.



3 reacties op ““Een te grote glazen stolp” – opinie in De Standaard”

  1. Volledig akkoord! Je klinkt bijna als de boomer die ik ben, afgestudeerd in een tijd dat er enkel examens waren in mei en juni (en september…). Dus alle leerstof moest beheerst worden in een korte tijdsspanne en één uitschuiver (buis) had een bisjaar als gevolg (één 9 kon wel gedelibreerd worden). Zo erg hoeft het nu ook niet te blijven want op die manier hebben een aantal potentieel bekwame dierenartsen hun diploma niet gehaald maar de slinger is inderdaad te ver doorgeslagen.

  2. Volledig akkoord, en bijvoegend met teveel gepamper krijg je al te vaak afgestudeerden die ook van de buitenwereld verwachten dat alles overal voor hen zo aangepast wordt.

    Werkgevers zien eerlijk gezegd zo’n mensen liever weg blijven want deze worden ervaren als “weer eentje die het hoog in zijn bol heeft”.

    Een diploma is een mooie meerwaarde en bewijs van je leercapaciteit maar te vaak zien net afgestudeerden hun (alleen vanwege hun diploma en het gekregen gepamper) boven hun collega’s die niet gestudeerd hebben.

    Werkgevers de dag van tegenwoordig kijken echter eerst naar je mindset, karakter en leergierigheid. De jobs waarvoor eerst naar diploma gekeken wordt is eerder een uitzondering dan de regel.

    Deze verhevenheid bij net afgestudeerden (die laat ons eerlijk zijn nog zo goed als niets aan de buitenwereld bewezen hebben) is volledig fout en ook daar is een mentaliteitswijziging nodig. Minder gepamper kan daar al een belangrijke rol in spelen.

  3. […] (volgens de chef opinie “dankzij”, zou zomaar kunnen) de te scherpe (eerste) titel, heeft mijn stuk dat vorige week verscheen in De Standaard heel wat zaken in beweging gezet en dat is […]

Plaats een reactie

OVER DEZE BLOG

Op deze blog schrijf ik – meestal – over diergeneeskunde. Ik vind het fijn om op deze manier mijn gedachten te ordenen en zaken te analyseren. Ik hoop daarmee de discussies in en over onze beroepsgroep op een onderbouwde en respectvolle manier te voeden zodat we samen kunnen nadenken over de toekomst.

OVER MEZELF

Al 28 jaar werkzaam aan de Faculteit diergeneeskunde van de UGent, eerst als rundveedierenarts, vandaag vooral als onderzoeker (M-teamUGent) en hoogleraar, denk ik luidop mee over de toekomst van de diergeneeskunde in Vlaanderen, België en daarbuiten.

(Foto: Eric Senmartin)

Ik engageer me liever dan (alleen) aan de zijlijn kritiek te leveren. No lead role in a cage for me.

Mijn gezin (getrouwd met een superdierenarts!), de natuur, de politiek (lokaal N-VA voorzitter), het voetbal (RSCA, SK Munkzwalm), klassieke (JS Bach), electronische (JM Jarre, Vangelis) en filmmuziek (H Zimmer, J Newton Howard) naast Dire Straits en Pink Floyd/David Gilmour, rode (Bourgogne) wijnen en dé diergeneeskunde zijn mijn passies. Mijn professionele interesses liggen bij diergeneeskundig ondernemerschap, recht en ethiek, en dierenwelzijn.

Mijn wetenschappelijk onderzoek rond uiergezondheid bij melkkoeien – een andere hobby – bracht me al in veel uithoeken van de wereld. Die ervaringen doen me beseffen dat het hier in Vlaanderen goed toeven is.

LinkedIn Rewind 2024

“LE BEAU EST L’ÉCLAT DU VRAI.” (Hegel).

Nieuwsbrief