Soms over diergeneeskunde

Sarne De Vliegher


En nu concreet: artikel 7!

Inleiding

Recent schreef ik een opiniestuk in De Standaard over de verplichte vaccinatie die Minister Clarinval in petto heeft voor 2025, mét – je verwacht het niet – delegatie van het vaccineren naar de veehouder. Dat daartoe, behalve voor het Blauwtong type 8-vaccin, vaccins zullen worden ingezet die via spoedprocedures in ons land beschikbaar worden gemaakt, is problematisch. Veehouders zijn niet opgeleid om met dergelijke vaccins te werken. Dierenartsen wel. Straks moeten evenwel bijna twee miljoen dieren zo snel mogelijk gevaccineerd worden en de dierenartsen kreunen nu al onder het vele werk. Kritiek geven is makkelijk, oplossingen aanreiken moeilijker… of niet?

Diergeneeskundige handelingen gemakshalve en zonder voorwaarden – behalve dan het tekenen van een vodje papier, i.c. het contract van diergeneeskundige bedrijfsbegeleiding –  uitdelen aan veehouders was alleszins nooit een verstandige keuze en zal dat ook in de toekomst nooit zijn. Veeleer moet een “passe-partout oplossing” gecreëerd worden die vandaag voor de BT- en EHD-vaccinatie en morgen voor andere dossiers, kan ingezet worden mét respect voor de dierenartsen. Een oplossing die niet alleen de verantwoordelijkheid maar ook de controle over diergeneeskundige handelingen bij de dierenartsen houdt en voor eens en voor altijd komaf maakt met beslissingen genomen zonder rekening te houden met de dierenartsen zelf.

Zoals ik net geen drie jaar terug al schreef, bestaan er voldoende diergeneeskundige dossiers die momenteel dringend nood hebben aan een nieuwe benadering: ik vermeldde (1) de (verdoofde) castratie bij varkens (met drie procedures lopend bij de Raad van State tegen het KB dat deze castratie faciliteert, is de kans groot dat iedereen straks weer aan tafel moet – proactief zijn, lijkt me aangewezen), (2) de vele vacatures in de gezelschapsdierenpraktijken en (3) de vaccinaties bij pluimvee. Ik noemde die denkoefening toen gewaagd en mogelijks naïef maar ook duurzaam.  

Ondertussen kan ik het lijstje aanvullen met de hierboven vermelde “Clarinval-vaccinaties”, staalnames in het kader van de officiële dierziektebewaking zodat het krimpend aantal dierenartsen actief in de landbouw ontlast worden, én de inspanningen binnen de Vlaamse administratie om de “diergeneeskundige jungle” in de Vogelopvangcentra (VOC) aan te pakken. De lijst zal niet korter worden en net daarom wordt het nu tijd om door te pakken.

Aanpak

Elk van de vermelde uitdagingen kan – één voor één – aangepakt  worden na een aanpassing van artikel 7 van de Wet Uitoefening Diergeneeskunde en het publiceren van korte KB’s die dossier per dossier uitwerken wat nodig is. Deze piste werd trouwens – in consensus! – bewandeld tijdens het overleg dat leidde tot het castratie KB maar werd tegen alle afspraken in en op basis van enkele waanideeën aan de meet getorpedeerd door de Orde der Dierenartsen. Pijnlijk, kortzichtig én in het nadeel van de dierenartsen.

Concreet stel ik voor het bestaande artikel 7 als volgt aan te passen via een “Wet algemene bepalingen”:

“In afwijking van artikel 4[1], kan de Koning, na goedkeuring door [2](vroeger: “raadpleging van”) de Hoge Raad van de Orde der dierenartsen, de lijst vaststellen van de diergeneeskundige handelingen die de diergeneeskundige helpers mogen uitvoeren alsmede van de na te leven voorwaarden. De diergeneeskundige helpers worden ingezet in het kader van officiële programma’s, vastgesteld door de (minister bevoegd voor de Volksgezondheid), met betrekking tot de uitvoering van wets- en verordeningsbepalingen die het uitvoeren van diergeneeskundige handelingen vereisen. Zij worden onder het gezag en de verantwoordelijkheid van een overeenkomstig artikel 4, van deze wet erkende dierenarts geplaatst.”

Eens dat gebeurd is, kunnen KBs in uitvoering van dit artikel gepubliceerd worden met daarin de taak of taken die “diergeneeskundige helpers”[3] mogen uitvoeren mét duidelijke randvoorwaarden. Essentieel is dat de helpers binnen de KBs goed afgelijnde taken uitvoeren in dienst (met een door de Orde goedgekeurd contract), onder toezicht én onder de verantwoordelijkheid van de erkende dierenarts die hen opleidt, bijschoolt en begeleidt. De Orde houdt steeds toezicht op de inhoud van de opleidingen en ze attesteert de diergeneeskundige helpers voor de specifieke en wettelijk bepaalde taken[4]. De attesten van de helpers kunnen worden ingetrokken bij het vaststellen van onregelmatigheden zoals het stellen van andere diergeneeskundige handelingen dan deze waartoe opgeleid en geattesteerd (beroepsmogelijkheden worden voorzien) en de verantwoordelijke dierenartsen kunnen worden gedagvaard. Per definitie (“dieren van derden”) is de diergeneeskundige helper niet de eigenaar/verantwoordelijke van de dieren.

Uitvoeringsbesluiten

Ik denk aan volgende KBs:

  • KB pluimveevaccinaties: de leden van de zogenaamde “entploegen” worden diergeneeskundige helpers en functioneren zonder specifieke diplomavereisten maar goed opgeleid en bijgeschoold door en in dienst van de  bedrijfsbegeleidende dierenartsen die de vaccins (tegen gereglementeerde en niet-gereglementeerde dierziekten) leveren. Op basis van antistoffentiters wordt de kwaliteit van de vaccinaties gecontroleerd en bewaakt. In één beweging worden ook de uitvoeringsbesluiten van de verschillende gereglementeerde en niet-gereglementeerde pluimveeziektes aangepast en wordt de delegatie van de vaccinatie aan de verantwoordelijke/veehouder/exploitant, als die al bestaat, opgeheven.
  • KB ondersteuning epidemiologisch toezicht: de diergeneeskundige helpers functioneren zonder specifieke diplomavereisten maar werken, goed opgeleid en bijgeschoold door en in dienst van de  bedrijfsdierenartsen, en verzamelen in het kader van de officiële dierziektebewaking stalen allerhande (alle matrices) bij de veehouders die een contract van epidemiologisch toezicht tekenden met deze bedrijfsdierenartsen.
  • KB ondersteuning bedrijfsbegeleiding: de diergeneeskundige helpers functioneren zonder specifieke diplomavereisten maar werken goed opgeleid en bijgeschoold door en in dienst van de bedrijfsbegeleidende dierenartsen bij de veehouders die een contract van bedrijfsbegeleiding tekenden met de dierenartsen. Taken omvatten onder andere de antibioticabehandelingen van zieke dieren na het stellen van een diagnose door een dierenarts.
  • KB assistentie in de gezelschapsdierenpraktijk: de diergeneeskundige helpers hebben een bachelor (we noemen ze “dierenverpleegkundigen”) en kunnen in functie van dit diploma door de Orde opgelijste en goed omlijnde taken uitvoeren in praktijken die geen nutsdieren behandelen (paarden zijn in deze gezelschapdsdieren). Input en overleg met de Hogescholen die deze diploma’s afleveren is een evidentie. Er kan overwogen worden om de bachelors te verplichten lid te worden van de Orde (aparte tuchtkamer).
  • KB diergeneeskundige zorg in de vogelopvangcentra: leken (zonder specifieke diplomavereisten) die nu actief zijn binnen deze centra worden als diergeneeskundige helpers opgeleid en begeleid door de dierenarts genoemd in het Soortenbesluit (artikel 33)[5]. Welke taken de diergeneeskundige helpers mogen uitvoeren, wordt opgelijst. Het aantal diergeneeskundige handelingen wordt tot een absoluut minimum beperkt door het herwaarderen en valoriseren van de rol van de reeds betrokken dierenartsen.
  • KB castratie biggen: de diergeneeskundige helpers voeren, zonder specifieke diplomavereisten, de castraties uit onder verdoving bij de klanten van de bedrijfsbegeleidende dierenartsen. Ze werden daartoe goed opgeleid en bijgeschoold door deze dierenartsen. Ze gebruiken onder heel strikte voorwaarden lokale anesthetica van de dierenarts en laten deze producten niet achter op het varkensbedrijf. Analgetica afkomst van de bedrijfsbegeleidende dierenarts worden standaard toegediend aan alle biggen na castratie. De verantwoordelijke/veehouder kan binnen dit KB na opleiding door de bedrijfsbegeleidende dierenarts en per uitzondering als diergeneeskundige helper optreden (uitzondering verdedigbaar als pragmatische benadering die rekening houdt met het huidige, gecontesteerde KB).

Een oplossing voor meerdere dossiers

Deze “passe-partout aanpak” biedt een oplossing voor vele uitdagingen. Het helpt bij de tekorten aan Waalse (en straks Vlaamse) rundveedierenartsen, biedt een uitweg voor de vele vacatures in de gezelschapsdierensector, lost de illegaliteit rond de “entploegen” in de pluimveesector op, en zorgt ervoor dat het vele werk gedragen wordt door meer schouders (betere work-life balans voor de dierenartsen), zonder dat de overheid dit werk gratuit overlaat aan leken én zonder dat dierenartsen het uit handen geven. Enkel en alleen als de dierenartsen vragende partij zijn, kan een KB uitgewerkt worden.

Deze manier van werken zet de dierenartsen terug achter het stuur van de diergeneeskunde terwijl aandacht besteed wordt aan hun welzijn én aan de noden van de stakeholders (veehouders, diereigenaren, administratie). Diergeneeskundige kwaliteit wordt gegarandeerd met meer garanties rond dierenwelzijn en diergezondheid.

Kortom: een duurzaam oplossing die gescramble in de toekomst vermijdt én de klok  – zonder te verstarren – deels terugdraait.


[1] Art. 4. Niemand mag de diergeneeskunde uitoefenen zonder ingeschreven te zijn als dierenarts op de lijsten van de Orde die het beroep beheren zoals bedoeld in de wet van 19 december 1950 tot instelling van de Orde der Dierenartsen of als diergeneeskundige rechtspersoon op de in dezelfde wet bedoelde lijsten van de Orde.

De diergeneeskundige rechtspersonen oefenen de diergeneeskunde enkel uit via dierenartsen natuurlijke personen die gemachtigd zijn om diergeneeskundige handelingen uit te voeren. Deze dierenartsen zijn vennoten van de diergeneeskundige rechtspersoon of hebben een contract met deze rechtspersoon.

Daarenboven moeten de dierenartsen of diergeneeskundige rechtspersonen die meewerken aan de uitvoering van wets- en verordeningsbepalingen, vooraf erkend worden door de Minister bevoegd voor de Volksgezondheid of door zijn afgevaardigde. De Koning bepaalt de voorwaarden en de procedure voor het verlenen van de erkenning. Hij bepaalt de rechten en de plichten van de erkende dierenartsen en erkende diergeneeskundige rechtspersonen en regelt de wijze waarop zij vergoed worden voor het verlenen van hun diensten. Hij bepaalt de sancties die kunnen worden opgelegd bij het niet naleven van de erkenningsvoorwaarden, van de plichten en van de wets- en verordeningsbepalingen aan de uitvoering waarvan de erkende dierenartsen of erkende diergeneeskundige rechtspersonen meewerken.

[2] Een niet evidente aanpassing maar zo houden de dierenartsen via de Hoge Raad van hun Orde de controle over al te liberale uitvoeringsbesluiten.

[3] Art. 1, 7° diergeneeskundige helper: degene die in het kader van de toepassing van wettelijke en verordeningsbepalingen bepaalde diergeneeskundige handelingen mag uitvoeren bij dieren van derden (Wet Uitoefening Diergeneeskunde).

[4] Mogelijks moet daarvoor artikel 11 van de Wet tot instelling van de Orde der Dierenartsen gewijzigd worden door het aanvullen van taken van de Hoge Raad.

[5] Art. 33. 

…    
Om een erkenning als opvangcentrum te verkrijgen, moet de aanvraag de volgende gegevens bevatten :

8° een schriftelijke overeenkomst met een dierenarts waarin die zich ertoe verbindt regelmatig toezicht te houden en alle nodige diergeneeskundige handelingen op zich te nemen.



3 reacties op “En nu concreet: artikel 7!”

  1. Cathy Tourlouse Avatar
    Cathy Tourlouse

    Een constructief voorstel dat getuigt van inzicht en visie!

  2. […] op te brengen om de voet te zetten en iedereen rond te tafel te roepen om werk te maken van een “assistentenkader” waarmee die dierenartsen taken zoals deze massavaccinaties nu eens eindelijk bij zich kunnen […]

  3. […] een waar de Orde een leidende rol in moet spelen. Een wetgevend kader voor telediergeneeskunde en de rol van de dierverpleegkundigen en diergeneeskundige helpers moet daaraan gekoppeld worden. Achterhaalde artikelen (zoals bv. rond de rol van de provinciale […]

Plaats een reactie

OVER DEZE BLOG

Op deze blog schrijf ik – meestal – over diergeneeskunde. Ik vind het fijn om op deze manier mijn gedachten te ordenen en zaken te analyseren. Ik hoop daarmee de discussies in en over onze beroepsgroep op een onderbouwde en respectvolle manier te voeden zodat we samen kunnen nadenken over de toekomst.

OVER MEZELF

Al 28 jaar werkzaam aan de Faculteit diergeneeskunde van de UGent, eerst als rundveedierenarts, vandaag vooral als onderzoeker (M-teamUGent) en hoogleraar, denk ik luidop mee over de toekomst van de diergeneeskunde in Vlaanderen, België en daarbuiten.

(Foto: Eric Senmartin)

Ik engageer me liever dan (alleen) aan de zijlijn kritiek te leveren. No lead role in a cage for me.

Mijn gezin (getrouwd met een superdierenarts!), de natuur, de politiek (lokaal N-VA voorzitter), het voetbal (RSCA, SK Munkzwalm), klassieke (JS Bach), electronische (JM Jarre, Vangelis) en filmmuziek (H Zimmer, J Newton Howard) naast Dire Straits en Pink Floyd/David Gilmour, rode (Bourgogne) wijnen en dé diergeneeskunde zijn mijn passies. Mijn professionele interesses liggen bij diergeneeskundig ondernemerschap, recht en ethiek, en dierenwelzijn.

Mijn wetenschappelijk onderzoek rond uiergezondheid bij melkkoeien – een andere hobby – bracht me al in veel uithoeken van de wereld. Die ervaringen doen me beseffen dat het hier in Vlaanderen goed toeven is.

LinkedIn Rewind 2024

“LE BEAU EST L’ÉCLAT DU VRAI.” (Hegel).

Nieuwsbrief