Soms over diergeneeskunde

Sarne De Vliegher


Wachten (maar liefst niet op Godot)

Uitdagingen.

De diergeneeskunde in Vlaanderen boomt, al zeker in de gezelschapsdieren, en dat leidt tot uitdagingen. Vacatures die niet ingevuld geraken (een redelijk nieuw fenomeen) terwijl ze overbevraagd worden én geconfronteerd worden met buurtcollega’s die ’s avonds en in het weekend de deuren sluiten en er te makkelijk van uitgaan dat hun patiënten ergens anders geholpen zullen worden (een niet zo nieuw fenomeen) leiden tot stress bij praktijken, centra en klinieken.

Deontologie.

Op basis van de vraag van een bezorgde collega, vat ik hier kort samen wat van praktijkdierenartsen deontologisch verwacht wordt op het vlak van “wachten” (en wachtdiensten)[1].

1 – Dierenartsen moeten collegiaal zijn (confraterniteit). Dat ben je niet als je je praktijk sluit en de patiënten ‘s avonds en in het weekend door een andere laat verzorgen zonder dat je daarover een akkoord hebt of zonder dat je actief deelneemt aan een wachtdienst.

Art. 2 Confraterniteit. De confraterniteit is een fundamenteel principe en eist van elke dierenarts, in alle omstandigheden, een onvoorwaardelijk respect voor zowel de persoon als het werk van elk van zijn confraters.

2 – Dierenartsen moeten hun patiënten opvolgen doch kunnen een collega vragen (!) om  over te nemen. Aanvullend moeten dieren in nood steeds geholpen worden (“spoedeisende hulpverlening”) maar dat kan je oplossen door in overleg (!) door te verwijzen.

Art. 15 De dierenarts moet: 1. waken over de bescherming en het welzijn van de dieren; 2. blijk geven van toewijding, van geduld en van professionele eerlijkheid, onder andere door de nodige tijd te besteden aan een grondig klinisch onderzoek; 3. de opvolging van de zorgen aan de dieren onder zijn behandeling verzekeren; hij kan deze opvolging overdragen aan een confrater; 4. een medisch dossier bijhouden van alle dieren of groepen van dieren die hij behandelt. Het medisch dossier omvat alle noodzakelijke informatie ter identificatie en ter medische opvolging van het individuele dier of van de in groep gehouden dieren.

Art. 20 De dierenarts moet de continuïteit van de zorgen aan de dieren waarborgen alsook de spoedeisende hulpverlening aan dieren. Hij kan zich evenwel onthouden van verdere tussenkomsten wanneer zijn ereloon of dat van een collega niet werd voldaan, behoudens in geval van spoedeisende hulpverlening aan dieren.

3 – Dierenartsen moeten hun cliënteel inlichten over hun beschikbaarheid en moeten afspraken maken met collega’s om die over te nemen (tenzij ze in een officiële wachtdienst zitten)

Art. 21 De dierenarts moet zijn cliënteel altijd informeren over zijn beschikbaarheid. Ingeval van onbeschikbaarheid, verwijst hij door naar een andere dierenarts of een groep dierenartsen die vooraf hun akkoord hebben gegeven, of naar de wachtdienst waar hij deel van uitmaakt.

De basisprincipes uit de Code zijn mijn inziens perfect verdedigbaar en nog steeds mee met de tijd. Uiteraard kan je steeds discussiëren over wat “spoedeisend” is. We kunnen op dat gebied als dierenartsen nog wel wat leren van de humane collega’s maar we mogen er alvast niet van uitgaan dat onze klinieken dezelfde functie (en middelen) hebben als een spoeddienst van een ziekenhuis. Toch wordt dat wel eens gedaan. Het blijft alleszins raadzaam om één en ander goed te documenteren als je als dierenarts een “dringend geval” weigert om eventueel argumenten te geven voor die beslissing als daar vragen over zouden komen (via een klacht bij de Orde bijvoorbeeld).

Aanvullend is het belangrijk te weten dat klinieken 24/24u bereikbaar moeten zijn en dat in dierenartsencentra er steeds een dierenarts aanwezig moet zijn tijdens de openingsuren.

Bijlage 3.4.1: Klinieken: 3° De medische staf van de kliniek zal ten minste uit drie effectief actieve dierenartsen bestaan die onderling door een contract aan elkaar gebonden zijn en waarvan er één op elk ogenblik bereikbaar en beschikbaar is. De permanentie moet door een dierenarts verzekerd worden alle dagen, 24 uur op 24 uur; in geval van urgentie moet een onverwijlde tussenkomst gewaarborgd worden.

Bijlage 3.3.1: Centra: 3° De medische staf van het centrum zal minstens uit twee effectief actieve dierenartsen bestaan die onderling door een contract gebonden zijn. De aanwezigheid van een dierenarts dient verzekerd te zijn tijdens de aangekondigde openingsuren.

Oplossingen.

Uiteraard leidt een snelle lezing van de Code niet tot een flukse oplossing van de problemen. Daar is veel meer voor nodig. Iedereen zal bereid moeten zijn om samen te werken, over structuren heen. Communicatie met én respect voor elkaar zijn daarbij essentieel. Het komt er echter wel op neer dat de lasten optimaal verdeeld worden over de schouders als iedereen zich (min of meer) aan de (deontologische) spelregels houdt.

Als dat niet of onvoldoende lukt, kan de Orde (die ook in deze discussie (nog?) niet erg aanwezig lijkt) trouwens proactief optreden:

Art. 21 Bij gebrek aan een wachtdienst, zoals nader omschreven in bijlage 2, kan de Gewestelijke Raad alle noodzakelijke maatregelen nemen om hieraan te verhelpen.

Het is uiteraard niet zo dat de Orde een mirakeloplossing uit de mouw kan schudden. Voor wie hardleers is en de collegialiteit blijvend op de proef stelt, kan de Orde, in laatste instantie, wel tussenkomen.

Beter is het uiteraard om niet te wachten op de tussenkomst van wie dan ook maar zo snel mogelijk onder collega’s gesprekken aan te gaan en samen duurzame oplossingen te zoeken. Dat kan via de beroepsverenigingen en de regionales. Zo snel mogelijk, want we moeten ten stelligste vermijden dat we in een vicieuze cirkel terechtkomen waarin (nog meer) (jonge) collega’s afhaken omwille van een te hoge werkdruk.

“Wachten” op Godot is alvast geen goed idee.


[1] Code der Plichtenleer, editie 2015.



3 reacties op “Wachten (maar liefst niet op Godot)”

  1. […] is het een pleidooi voor samenwerken, over praktijken en groepen heen. De problematiek van de “wachten”, kan niemand op zijn eentje oplossen, laat dat duidelijk […]

  2. […] hulplijn voor dierenartsen in nood opgezet samen met de Orde van Artsen, werd werk gemaakt van een wachtdienstregeling en werden de modaliteiten waarbinnen de diergeneeskunde in België kan worden uitgeoefend, […]

  3. […] van de nieuwe wachtendienstregeling. Omdat wachten op Godot geen optie was, werkte de Orde de laatste jaren aan een wachtdienstregeling die in 2024 […]

Plaats een reactie

OVER DEZE BLOG

Op deze blog schrijf ik – meestal – over diergeneeskunde. Ik vind het fijn om op deze manier mijn gedachten te ordenen en zaken te analyseren. Ik hoop daarmee de discussies in en over onze beroepsgroep op een onderbouwde en respectvolle manier te voeden zodat we samen kunnen nadenken over de toekomst.

OVER MEZELF

Al 28 jaar werkzaam aan de Faculteit diergeneeskunde van de UGent, eerst als rundveedierenarts, vandaag vooral als onderzoeker (M-teamUGent) en hoogleraar, denk ik luidop mee over de toekomst van de diergeneeskunde in Vlaanderen, België en daarbuiten.

(Foto: Eric Senmartin)

Ik engageer me liever dan (alleen) aan de zijlijn kritiek te leveren. No lead role in a cage for me.

Mijn gezin (getrouwd met een superdierenarts!), de natuur, de politiek (lokaal N-VA voorzitter), het voetbal (RSCA, SK Munkzwalm), klassieke (JS Bach), electronische (JM Jarre, Vangelis) en filmmuziek (H Zimmer, J Newton Howard) naast Dire Straits en Pink Floyd/David Gilmour, rode (Bourgogne) wijnen en dé diergeneeskunde zijn mijn passies. Mijn professionele interesses liggen bij diergeneeskundig ondernemerschap, recht en ethiek, en dierenwelzijn.

Mijn wetenschappelijk onderzoek rond uiergezondheid bij melkkoeien – een andere hobby – bracht me al in veel uithoeken van de wereld. Die ervaringen doen me beseffen dat het hier in Vlaanderen goed toeven is.

LinkedIn Rewind 2024

“LE BEAU EST L’ÉCLAT DU VRAI.” (Hegel).

Nieuwsbrief