2019 is een verkiezingsjaar bij de Orde der dierenartsen. Het wordt dus tijd om opnieuw na te denken over de rollen die onze Orde voor de dierenartsen kan en moet spelen. Uiteraard is de Orde in eerste instantie een tuchtcollege maar dat moet haar niet tegenhouden om zich volop te engageren en werk te maken van een betere toekomst voor de dierenartsen.
Het is momenteel afwachten wanneer de verkiezingen juist georganiseerd zullen worden. Ondanks het bestaan van dwingende termijnen[1] is het door de manoeuvres van enkelingen in het najaar van 2016 namelijk niet duidelijk of de Hoge Raad van de Orde der Dierenartsen, die dag en uur van de verkiezingen moet vastleggen[2], wettelijk is samengesteld. Het blijft wachten op een Arrest van de Raad van State om klaarheid te brengen.
In afwachting heb ik alvast wat zaken op papier gezet waarvan ik denk dat ze door de volgende legislatuur, al dan niet prioritair, moeten worden aangepakt.
- Het vertrouwen van de leden in de Nederlandstalige Gewestelijke Raad van de Orde der Dierenartsen (NGROD) moet zo snel mogelijk hersteld worden. Daarbij moet, waar mogelijk, aangestuurd worden op minnelijke schikkingen tussen de raadsleden die in eigen naam procedures opstartten tegen de Hoge raad en de Hoge Raad zelf om peperdure gerechtelijke procedures te vermijden/af te breken. Is er echter sprake van frauduleuze praktijken dan moeten de verantwoordelijken daarvan de juridische gevolgen dragen;
- In een zelfde beweging moeten gesprekken opgestart worden met de Waalse collega’s zodat de samenwerking met de Hoge Raad en de daarin zetelden Waalse collega’s opnieuw wordt genormaliseerd. Binnen de Hoge Raad (en niet er buiten!) kunnen dan oplossingen gezocht worden voor de eventuele systeemfouten wat een herziening van de wetgeving zal inhouden. Dat moet de Gewestelijke Raden in de toekomst vrijwaren (financieel) meegesleurd te worden in al te vergaande discussies bij de anderstalige overburen;
- Het ICT systeem van de NGROD dat ontplooid werd door de legislatuur 2013-2016, moet opnieuw volop benut worden zodat werk gemaakt kan worden van o.a. digitaal stemmen in 2022 (dat vereist onder andere een substantiële wijziging van het KB dat de verkiezingen regelt). Daarnaast moet werk gemaakt worden van het invullen van de databank door de leden-dierenartsen als basis voor overleg met faculteit en Overheid rond de in-, door- en uitstroom van de opleiding diergeneeskunde. Via het in het ICT geïncorporeerde mailingsysteem moet de zo goed als stilgevallen communicatie door de NGROD opnieuw worden geactiveerd zodat de leden op vlotte en efficiënte manier voor hen relevante informatie ontvangen uit betrouwbare bron;
- Er moet opnieuw aangeknoopt worden met het rapporteren van de financiële resultaten van de NGROD en er moet werk gemaakt worden van een begroting voor de komende jaren;
- Het huis van de Orde in Merelbeke moet worden opgewaardeerd tot een huis van en voor de Vlaamse dierenarts. Het regelmatig organiseren van netwerkmomenten met bv. de voorzitters van de regionale dierenartsenkringen rond interessante thema’s, het organiseren van een nieuwjaarsreceptie met de stakeholders en een interessante gastspreker, het openstellen van de vergaderzaal voor dierenartsen om er te overleggen, zijn maar enkele voorbeelden van hoe langzaamaan toegewerkt kan worden naar een echt “Domus veterinaria”;
- De huidige legislatuur deed een verdienstelijke poging tot vernieuwen van de tuchtprocedure, gebaseerd op jarenlang overleg binnen de zogenaamde “werkgroep Interorde” met o.a. de Orde der Artsen, de Orde van Architecten en de Orde van Vlaamse Balies. Dit werk moet omgezet worden in een daadwerkelijk aangepaste en geïmplementeerde tuchtprocedure;
- Via overleg met kabinetten, Overheid, stakeholders moet de NGROD opnieuw een huis van vertrouwen worden wat een unieke kans biedt om dierenartsen naar voor te schuiven als betrouwbare partners;
- Er moet werk gemaakt worden van een uitgebreide communicatiecampagne die de expertise van de Vlaamse dierenartsen op het vlak van volksgezondheid, diergezondheid, dierenwelzijn, en voedselveiligheid) in beeld brengt. Dit kan gekoppeld worden aan dierenartsen.be, een (nog te ontwikkelen) website in het bezit van de NGROD;
- Binnen een opnieuw functionele Hoge Raad moet de discussie opgestart over extern kapitaal in de diergeneeskunde. Dat zal de Orde toelaten mee te denken én voorwaarden op te leggen;
- Na het bevragen van de dierenartsen kan door Hoge Raad een juridisch en deontologisch kader worden uitgewerkt waarbinnen dierenverpleegsters en diergeneeskundige helpers dierenartsen kunnen bijstaan bij diergeneeskundig werk;
- Binnen de NGROD kan werk gemaakt van een zogenaamde “ombudsman” waar diereigenaren met vragen over het handelen van hun dierenartsen terecht kunnen. Een luisterend oor kan op die manier heel wat klachten bij de NGROD tegen dierenartsen voorkomen;
- Binnen de NGROD moet in samenwerking met professionele hulpverleners een hulplijn voor de mentale gezondheid van de dierenartsen worden opgestart. Al te vaak horen we over stress en burn-out onder collega’s en ook zelfdoding treft ons beroep al te vaak;
- Er moet werk gemaakt van een uitgebreidere samenwerking met de faculteit wat betreft stagemeesters en stagiairs. Nadenken over een accreditatiesysteem van praktijken, centra en klinieken, bv. op basis van de gevolgde bijscholing, om de kwaliteit van de opleiding extra muros (nog) beter te garanderen, lijkt evident. In een zelfde beweging moet nagedacht worden of dergelijke accreditatie niet kan uitgebreid worden om de kwaliteit van de diergeneeskundige diensten te optimaliseren en problemen met klanten te voorkomen door bv. het standaard implementeren van de weloverwogen toestemming van de klant;
- Dierenartsen zijn wettelijk[3] en deontologisch[4] verplicht hun beroepsaansprakelijkheid te verzekeren. Het lijkt evident (opnieuw) na te denken of de beroepsaansprakelijkheidsverzekering niet kan worden geïncorporeerd in het lidgeld van de Orde naar voorbeeld van de Orde van Vlaamse Balies. De verzekeringen laten lopen via de Orde garandeert de laagste prijs (macht van het getal) én laat de Orde toe bij de verzekeraar te eisen dat geen enkele dierenarts van verzekering wordt uitgesloten.
Bovenstaande lijst is uiteraard niet limitatief en slechts gebaseerd op mijn ideeën en ervaringen. Ik zal ze aanvullen indien ik nieuwe ingevingen krijg (o.a. door gesprekken met collega’s). Ze moet in de eerste plaats dienen als inspiratiebron voor collega’s die eraan denken zich kandidaat te stellen bij de verkiezingen van dit jaar.
[1]KB tot vaststelling van de voorwaarden en nadere regels van de verkiezingen bij de Orde der Dierenartsen (26 december 2015)
Art. 8. De kandidaturen moeten minstens twee maanden vóór de voor de verkiezingen vastgestelde datum door minstens twintig leden bij de voorzitter van de raad voorgedragen worden; na deze termijn zullen zij niet meer aanvaard worden.
[2]KB tot vaststelling van de voorwaarden en nadere regels van de verkiezingen bij de Orde der Dierenartsen (26 december 2015)
Art. 4. De verkiezingen geschieden ten minste twee maanden vóór het vervallen van het mandaat van de leden van de raad. Dag en uur ervan worden door de Hoge Raad vastgesteld.
[3]Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde (28 augustus 1991)
Art. 4 De dierenartsen en de diergeneeskundige rechtspersonen mogen het beroep van dierenarts niet uitoefenen zonder door een beroepsaansprakelijkheidsverzekering gedekt te zijn.
[4]Code der Plichtenleer (Editie 2015)
Art. 6 Aansprakelijkheid De dierenarts moet zijn beroepsaansprakelijkheid verzekeren, op een wijze aangepast aan de uitgeoefende beroepsactiviteit.



Plaats een reactie